Daarginds de groene heuvels.

Op dit blog vertrouw ik in gedeelten mijn pennenvruchten toe van het houden van vakantie in Frankrijk, het wonen daar en onze belevenissen daarginds.
Ik ben met het schrijven hiervan al begonnen in 1994, waar blijft de tijd ?

Met een "voorraad" van 130 bladzijden, zal ik twee keer per maand een hoofdstuk posten, op de 1ste en 15de van iedere maand.
Ik maak er dus een feuilleton van!

Om privacy redenen heb ik de namen van de personen die in de verhalen voorkomen veranderd.

Lees gezellig mee en een reactie van tijd tot tijd zou ik erg op prijs stellen.
Als het je aanspreekt en je wilt niets missen, dan kun je ook volger worden.
à Bientôt, (tot straks).............Daarginds !

zaterdag 1 augustus 2015

VERVOLG MIES EN FLOYD.



Met de komst van Mies en Floyd kregen we een ander ritme in ons bestaan.
Suzanne zorgde zoveel mogelijk zelf voor ze.
Maar als ze moest werken, dan deden wij het.
Het werd een soort automatisme, als je opstond, eerst even naar buiten kijken wat M&F deden.
Hun favoriete “hangplek” was boven in de wei bij het kippenhok.
Je leerde om aan hun houding te zien of alles in orde was. `s Zomers konden ze grazen dat het een lieve lust was.
We moesten zelfs de weiden verdelen in vakken, anders kregen ze teveel gras naar binnen, met gevaar voor koliek.

We hebben ze zelfs een poosje, als test, knoflook gevoerd dat zou de vliegen weghouden.
Elke avond werd er een bol knoflook gepeld en door zemelen gedaan en dat aten ze heerlijk op!
Het gevolg was dat ze inderdaad in een walm van knoflook rondliepen, laat staan als ze een wind lieten, maar ze werden uiteindelijk te dik van de zemelen.

Plus dat de knoflook toch geen wondermiddel was om vliegen te weren, dus daar waren we maar mee gestopt.
We deden toen maar weer hun halsters `s morgens om, waaraan een vliegengordijn vastzat. `s Avonds deden we dat weer af.
Overdag was het opletten of Mies niet met een halster scheef over zijn oren met afzakkend vliegengordijn liep, omdat Floyd het wel leuk vond om aan die koordjes te trekken!
Wij noemde Floyd altijd een “meidengek”, want hij kon goed met vrouwen opschieten.
Mies was ondanks zijn meisjesnaam toch een jongen, een ruin. Op zijn stamboom had hij een hele chique naam, dus Mies was zijn roepnaam.
 Floyd was ook een ruin. Suzanne had hem van een vriendin, die Floyd zijn moeder had, gekregen als veulen.
 Als Joep `s morgens de halsters om ging doen, was het bij Mies geen probleem. Floyd echter presteerde het heel vaak om op het moment suprême, waarop je in een vloeiende beweging het halster om wilde doen, er vlug tussenuit te galopperen.
Na diverse pogingen, waarbij Floyd dan verderop uitdagend, afwachtend stond te kijken, wat er zou gaan gebeuren, koos Joep, lichtelijk gefrustreerd voor de beste oplossing.
Hij kwam met het halster in zijn hand de keuken in, met het vriendelijke verzoek of ik het wilde doen!
Ik liep dan naar de wei en riep dan met iets hogere stem: “Floydje! Floydje! Kom maar joh, bij het vrouwtje!”
En dan kwam hij vrolijk op me af en kon ik het halster omdoen, waarbij de riemen bij de oren en het vliegengordijn wel gelijk goed moesten zitten.
En dat zonder brokjes of worteltje als beloning te geven!
Dat was altijd zó een mooi moment als Joep dan vroeg: “En lukte `t?”
En ik dan bevestigend kon antwoorden, dat het geen probleem was!

Ze kregen trouwens nooit een “tussendoortje”, ze waren dat wel gewend toen ze in Nederland op de manege/pension stonden.
Dat hadden we ze afgeleerd, we wilden niet dat als we bij ze kwamen ze gelijk aan je handen gingen staan snuffelen of bij je zakken van je jas stonden te zoeken.

`s Winters werden ze bijgevoerd met hooi, niet van ons eigen land.

We haalden hooi bij een andere boer, in mooie kleine hanteerbare rechthoekige baaltjes, van een mooie kwaliteit met een blauwe gloed, een teken dat er daar veel magnesium in die grond zat.
Ons eigen hooi werd door de buurmannen in van die grote balen geperst en daar was de zolder van onze stal niet op ontworpen.
Voor Joep was het géén straf om hooi te halen bij die mensen.
Hij werd er altijd gastvrij ontvangen, er werden wetenswaardigheden uitgewisseld en de fles kwam op tafel.
In die fles zat een zelfgestookte drank, die sterker was dan wijn en geschonken werd in een formaat van limonade glazen. Uiteraard kon je niet na één glas zeggen: “Nee bedankt! Enne daar was het véél te lekker voor!”
Het gevolg was dat Joep compleet gelukkig met een roze bril op door het Franse landschap reed.
Hij genoot van de vergezichten, dacht nog eens na over de gevoerde gesprekken en kwam super vrolijk thuis.
 Een keer toen Suzanne er ook bij was, waren ze toch wel bijna in een greppel gereden!
Thuisgekomen moest er nog wel gewerkt worden.
De auto met aanhanger werd zo dicht mogelijk bij de stal geparkeerd en de baaltjes werden omhoog gestoken naar de zolder van de stal.
Ik hielp soms ook wel mee, maar meestal bestond mijn taak uit het bewaken van de auto en om M&F uit de buurt te houden.
Ze vonden de ruitenwissers wel interessant en wilden alvast beginnen aan het hooi op de aanhanger.


In de Herfst hebben we onze mooie statige eiken bomen wel eens vervloekt.
Waarom?
Als de eikels gingen vallen, waren M&F er als de kippen bij.
Ze stonden dan niet bepaald geruisloos de eikels te vermalen in hun mond.
Het eten van eikels is gevaarlijk voor paarden, door het looizuur wat er in zit.
Onze dierenarts zei, dat soms een handvol eikels opeten al fatale gevolgen kon hebben voor sommige paarden.
Wij hadden de plekken bij de eiken waar het meeste viel, al afgezet met schrikdraad, dus daar konden ze niet komen.
Helaas stond er een eik, precies op een plek waar ze wel langs moesten kunnen om in hun stal te komen of om naar een andere wei te gaan.
Dus gingen we elke dag gewapend met kruiwagens, harken en de bak om drollen op te scheppen aan de slag. En maar harken, opvegen in de bak en legen in de kruiwagens. Soms wel een aanhanger vol!
Dat heeft me toen een tennisarm opgeleverd.
En het meest irritante vond ik, als M&F quasi gezellig bij ons kwamen staan kijken. Om vervolgens toch, ondanks onze waarschuwingen weer snel een paar eikel te pakken.
Het was een zegen als we een jaar met een slechte “oogst” te maken hadden.

Op een keer merkten we dat de schapen van de buren door een heg heen gekomen waren. Zagen we ineens allemaal witte wolbalen rondlopen in de weide.
M&F vonden het ook wel amusant en dachten: “ Kom laten we er eens leuk tussendoor gaan galopperen”!
We zagen het al voor ons, een paar van die wolbalen op hun rug, die niet meer overeind zouden kunnen komen met alle ellende van dien!
Wij zijn toen snel naar boven in de wei gelopen en Joep stuurde M&F allereerst weg, met een arm omhoog zwaaiend richting het kippenhok, terwijl hij streng zei: “Wég wezen jullie @#%$* hup!”
Gelukkig konden we het spreekwoord: “Als er één schaap over de dam is……”
in de praktijk brengen. We slaagden er in om één schaap door het gat in de heg terug te krijgen en zo konden we rustig toezien hoe de rest er achteraan ging.
M&F stonden op veilige afstand het schouwspel te bestuderen en als we zagen dat ze ook maar één poot (sorry been!) verzette om het misschien nog eens te proberen, dan zwaaiden we met ons armen weer richting kippenhok.
Onze zoveelste missie was wéér geslaagd.


                                               *************

RECEPT.

PAVLOVA MET VANILLE IJS EN ROOD FRUIT.

Deze pavlova heb ik niet zelfgemaakt, maar is door de schoonmoeder van mijn dochter gemaakt, ter ere van onze familiedag. Ik heb alleen geholpen met de decoratie!
Deze is gemaakt uit 10 eiwitten met suiker, maar dat was dan ook meer dan voldoende voor 12 personen.

Ingrediënten voor 4 personen:

- 4 eiwitten
- 200 gram kristalsuiker
- 1 theelepel wijnazijn
- 1/2 theelepel maïzena
- 250 ml slagroom
- 1 bak vanille ijs.
- rood fruit naar keuze

Verwarm de oven voor op 120 graden.
Schep het ijs een dag van tevoren in een ronde kom en laat het daarin in de vriezer staan.

Klop de eiwitten stijf met de suiker in een vetvrije kom en voeg tijdens het kloppen de azijn en maïzena toe. Klop totdat het eiwit mooi glanzend is.

Bekleed de bakplaat met bakpapier en strijk hier het eiwit op uit in een cirkel, maak een opstaande rand.
Laat de meringue plm. 1 uur en 30 minuten drogen in de oven.
Zet de oven uit en laat de meringue in de oven afkoelen tot kamertemperatuur.
Haal hem uit de oven en laat verder afkoelen.

Voor de garnering; maak het fruit schoon en dep het droog met keukenpapier.
Klop de slagroom, zonder suiker.
Leg de pavlova op een schaal (de onze was daarvoor te groot!) en stort het vanille ijs in de holte in het midden, met de bolle kant omhoog.
Smeer de slagroom rijkelijk op de pavlova en garneer met het fruit.
                                          Succes verzekerd!
                                           
                                                    ***


woensdag 15 juli 2015

INWONING.


Nadat we een paar jaar met zijn tweeën gewoond hadden, kregen we inwoning.
Dat ging niet zo maar van de één op de andere dag.
Daar ging toch nog wel een hele voorbereiding aan vooraf.
Suzanne woonde in Nederland en had twee paarden, pony`s eigenlijk, de grootste maat, een rasechte Haflinger, die heette Mies en de andere, Floyd was een kruising van een Haflinger en een volbloed Arabier.
Misschien waren die laatste twee wel min of meer de aanleiding dat Suzanne ook naar Frankrijk verhuisde.
In Nederland woonde Suzanne in een appartement, dus waar waren de paarden?
Inderdaad in een pension.
Soms was dat redelijk dicht bij haar huis, maar er was altijd plaatsgebrek bij een manege/pension. Ze konden amper buiten lopen of ze stonden met zijn allen op een piepklein stukje wei, bijna zonder gras.
Ze verhuisden naar een ander pension met iets meer uitloop mogelijkheden, maar weer een stuk verder rijden.
Als we in Nederland waren en met Suzanne meegingen naar Mies en Floyd, dan vonden we het eigenlijk zielig zoals ze er bij stonden. Ze leken ook niet zo gelukkig te zijn of waren wij niet zo happy met hun situatie?

Wij hadden in Frankrijk meer dan twee hectare weide ongebruikt liggen.
Zo is het idee langzamerhand ontstaan en kreeg het plan om met haar vriend naar Frankrijk te komen steeds vastere vormen.
Suzanne had een baan gevonden als assistente van de directeur in een kasteel bij ons in de buurt. Het kasteel was een hotel en onder andere dankzij haar talenkennis kon zij daar aan de slag.
Zij verkocht haar appartement en de afwikkeling daarvan duurde nog even.
 Haar vriend kwam een paar maanden eerder naar Frankrijk om samen met Joep een paardenstal te bouwen.

We besloten het op de plek waar het schapenstalletje stond te bouwen, want daar was de grond altijd behoorlijk droog.

Wij hadden twee plekken in de wei, waar sprengen onder zaten en ondanks dat het soms op een hoger gelegen gedeelte was, was het er vaak vochtig.
Het ontwerp werd door Joep gemaakt, het zou een inloopstal worden, want Haflingers kunnen wel tegen een stootje en dan konden ze zelf regelen wanneer ze naar binnen wilden.
Uiteraard was het inkopen van alle materialen alleen al een hele klus.
De stal zou gebouwd worden met gepotdekselde planken, op een stenen fundering.
Bij een grote houtzagerij, lieten we alle planken op maat zagen.
Aangezien we aan de rand van het grootste eikenbos van Europa, 10.000 ha, het Forêt de Tronçais woonden, was er aan hout geen gebrek.
Voor de afrastering van de weide kochten we, in verhouding voor drie keer niks, een hele stapel eiken schaaldelen.


Voordat de stal helemaal klaar was, kwam Suzanne nadat alles in Nederland was geregeld ook naar Frankrijk.
Een hele reis met twee half verdoofde katten in haar Fiat Panda!
Doerak zo zwart als roet, net als onze Vlek, Smurf en Carbone, maar dan kleiner en Dieuwertje was een rood wit gestreepte poes.
Ze had ze al jaren, ooit uit een asiel gehaald en D&D waren echte stadse dames.
Ooit wel naar buiten geweest in een stadstuintje, maar daarna in het appartement niet meer.

Toen hadden we dus ineens vijf katten. De rangorde onderling moest natuurlijk vastgesteld worden.  Carbone, bijvoorbeeld zorgde er wel voor dat zij als eerste bij iemand op schoot kon liggen!
Op zich viel het wel mee, alleen onze Smurf vond het een leuke bezigheid om Dieuwertje te stalken.
Dieuwertje was een beetje bang, dus zij was al heftig bezig als ze later naast het terras bij de hortensia ging zitten. Zagen wij Smurf, die daar dan quasi onschuldig rond zat te kijken, dan wisten we dat Dieuwertje zich voor hem had verstopt en niet tevoorschijn durfde te komen!

Omdat de stal nog niet helemaal klaar was, konden we Mies en Floyd, tijdelijk bij goede vrienden van ons in hetzelfde dorp onderbrengen.
Daar was er aan ruimte geen gebrek met 38 hectare weide en weliswaar héél veel paarden, maar daar waren ze van harte welkom.
Mies en Floyd werden `s nachts in een trailer opgehaald uit Nederland.
Het in de nacht rijden had zijn voordelen, niet druk met verkeer dus kon er rustig doorgereden worden.

Eenmaal gesetteld in hun tijdelijke nieuwe omgeving, zagen we ze zienderogen opknappen. Niet dat het magere verwaarloosde scharminkels waren, verre van dat, maar ze kregen weer zin in het “leven”, om het maar eens dramatisch uit te drukken.
Ze hadden de ruimte, konden lekker rennen, met elkaar klieren en spelen.

Toen de stal klaar was, zijn ze lopend aan een halster, binnendoor over paden en de weg door Suzanne en onze vriendin opgehaald.
Aangekomen bij hun nieuwe stal bij ons huis, bleven ze eerst een beetje onwennig bij ons staan. We lieten ze de stal van binnen zien en toen kregen ze ineens de geest en begonnen met wapperende manen achter elkaar aan te galopperen.
Dat gaf héél veel voldoening om ze zo lekker onbevangen vrijuit te zien gaan.



Suzanne ging aan de slag bij het kasteel, ze had meestal onregelmatige werktijden.
Hoewel ze met haar vriend bij ons inwoonde, was het de bedoeling om een eigen stekkie te vinden.
Dat werd gevonden op zes km afstand van ons huis, Mies en Floyd zouden dan bij ons blijven, omdat er bij het gevonden huisje wel een ruime tuin was, maar geen ruimte voor paarden.
We vonden het huisje bij “onze” makelaar, Monsieur Dubois die niet meer bij de notaris werkte, maar voor zich zelf was begonnen.
Hij had dus gelijk gekregen, nadat hij vroeger had gezegd ”Tot het volgende huis!”
De voorlopige koopakte werd door Suzanne getekend en met een cheque werd de eerste aanbetaling gedaan, alles nog in francs, dus een heleboel nullen!
Er werden plannen gemaakt hoe het zo leuk en voordelig mogelijk door haar vriend opgeknapt kon worden.
Echter, na een paar dagen kwam er een brief van de notaris en wat schetste onze verbazing?
De door Suzanne afgegeven cheque viel uit de enveloppe en in de begeleidende brief stond, dat de koop niet door ging!
Eén van de erfgenamen van het huisje was het niet eens met de verkoop en ze hadden het aan een ander verkocht, zonder ons te informeren of  ons bijvoorbeeld de gelegenheid te geven om ook meer te bieden!
Uiteraard een teleurstelling, maar soms zeg je wel eens; achteraf: “Misschien was het wel ergens goed voor “.
De relatie van Suzanne en haar vriend liep stuk en hij ging terug naar Nederland.
Dat ging ook niet van de één op de andere dag en al met al was dat voor ons allemaal een vervelende periode.

Maar c`est la vie!

                                             ******************

RECEPT.

SALADE MET AARDBEIEN EN BRIE.

Lekkere frisse salade met zomerkoninkjes.

Ingrediënten voor 2 personen:

- 125 gram aardbeien
- half uitje fijn gesneden
- klein  blikje linzen
- 75 gram gemende sla
- 125 gram brie of camembert in stukjes gesneden


Pureer de helft van de aardbeien met anderhalve eetlepel lepel olijfolie en een halve eetlepel balsamicoazijn.
Verdeel de sla, de rest van de aardbeien met de ui, linzen en de stukjes kaas over twee borden en verdeel de dressing over de twee borden.


     Lekker met stokbrood en een glaasje wijn, op je eigen terras!

                                                   ***********

woensdag 1 juli 2015

Les Halles en restaurants.


In bijna iedere Franse stad zijn er “Les Halles”.
Een overdekte markt waar de meest uiteenlopende etenswaren verkocht worden.
Soms is een hal alleen open op de wekelijkse marktdag, waar dan boeren en buitenlui al door de eeuwen heen, hun zelf gefokte, gekweekte of zelf gemaakte waar uitstalden.
Op die marktdagen was het een gaan en komen en de ontmoetingsplaats waar de laatste nieuwtjes werden uitgewisseld.
Afgezien daarvan was het een kleurrijk geheel.
“Blote kippen”, met de kop en poten er nog aan,


De man met de kippen had als buurvrouw een oud rimpelig maar o zo kien vrouwtje, dat daar stond met haar groente en fruit.
 Daar kocht je nog bijvoorbeeld groente zoals het uit de grond was gehaald, met nog wat klei en of zand er aan.
Misschien niet altijd perfect er uitziend, zonder deukje of plekje zoals in de winkel, maar wel met de zekerheid dat het nog echt in de grond was gegroeid.
Met een eigen moestuin had ik daar niet veel van nodig, maar ik genoot alleen al van de geuren en kleuren.
Verse eieren en een scala aan geitenkaasjes, jong, iets oudere of nog oudere en dat kon je aan de buitenkant aan de kleur en korst herkennen.
En natuurlijk kon je ook nog proeven.


Ook Les Halles ontkwamen niet aan het “met de tijd” meegaan en er kwamen
bakkers, banketbakkers, traiteurs, visboeren (poissonniers klinkt net iets chiquer!), slagers, poeliers, groente, fruit en kaas kramen.
Hoewel je kunt het geen kramen meer noemen, gewoon prachtige sfeervolle winkels onder één dak.



In de grotere steden had je Les Halles die dan ook héél veel groter waren.
Wij waren een keer met Flip en Anneke in Toulouse. We hadden daar gezellig rondgelopen, wat winkels bekeken en hadden als doel een bezoek aan de “Halles”
rond etenstijd, tussen de middag.
Zodra je er binnen kwam, hoorde je het geroezemoes van stemmen, zag je bijna in één oogopslag de verscheidenheid aan etenswaar en er kwamen geuren op je af, waar je wel naar op zoek moest gaan.
Dat was dan ook de reden van ons bezoek!
We gingen een trap op, kwamen op een galerij, waar diverse mini-restaurantjes waren.
Flip en Anneke hadden hun vaste adresje.
We namen plaats op de houten banken aan een tafeltje met uitzicht op het gebeuren beneden in de "halle".
We gaven de bestelling op, uiteraard was er een beperkte keuze, want het keukentje waar een ouder dametje met jasschort aan stond te kokkerellen was niet groter dan een ruime kast!
Gelukkig had het dametje zelf het formaat dat in verhouding stond tot de ruimte waarin ze bezig was, ze was klein en slank.
Ze serveerde ons een maaltijd, waar we nog lang met plezier aan terug dachten, ongelooflijk zo lekker.

Een andere keer, in onze begin jaren in Frankrijk, zei Flip: “Kom ik weet een goed restaurant, laten we daar gaan eten vanavond”.
Goed, leuk idee, maar dat hield wel in dat we een half uur over onverlichte wegen voor mijn gevoel kris, kras door de heuvels reden en uiteindelijk geheel onverwacht stilstonden bij een feeëriek verlichte tuin, terras en restaurant.
Dat werd ook weer genieten.

Een andere vorm van genieten was een simpel “dejeuner” in een dorpsrestaurant, waar de patroon zelf de scepter zwaaide. Een uit de kuiten gewassen man met een  goed gevulde buik. Zijn slobberige broek werd op zijn plaats gehouden door knalrode bretels over een geruit overhemd dat hij droeg.
Het was winter en de immens grote open haard gaf een prettige warmte af.
Wij waren met Flip en Anneke, we bestelden alle vier hetzelfde, een entrecote.
Tot mijn verbazing sjokte de patroon naar de keuken en kwam terug met vier rauwe entrecotes op een groot bord.
Vervolgens legde hij de entrecotes op het rooster, dat in de open haard stond.
Ondertussen vroeg hij heel professioneel hoe we ze gegrild wilde hebben,
sanglant, à point of bien cuite?
Wij wilden ze à point (medium) hebben, sanglant is ons te bloederig en bien cuite is te doorbakken en doet afbreuk aan de smaak en malsheid.
Hij draaide de entrecotes een paar keer en ze kregen mooie gegrilde streepjes.
Vervolgens legde hij ze één voor één op een bord. Hij gaf de borden aan ons door en hij zei, terwijl hij met de vleesvork in zijn hand weer naar het open vuur wees:
“Als ze nog te rauw zijn, dan leg ik ze nog even terug in de magnetron, hoor!”


Misschien een minder prettige ervaring hadden we jaren later in Antibes.
We waren daar een weekje in de winter. We zaten in een zo op het oog gezellig restaurant, waar al veel mensen zaten en de geur van gegrilde sardientjes ons tegemoet kwam.
We bestelden ons menu en sloten af met een stukje citroen meringue taart.
Ik vond het eigenlijk niet zo lekker, er zat een beetje raar vet smaakje aan, ik at niet alles op, want het was toch al een stuk van te royale afmetingen.
Joep at ook niet alles op, we konden niet zo goed thuisbrengen wat ons tegenstond!
We besloten via de kronkelende kustweg terug te rijden naar Juan-les-Pins, waar we in een hotel logeerden.
Halverwege, misschien kwam het door alle bochten in de weg, voelden we ons niet zo lekker worden.
We werden misselijk en we wisten wel zeker dat het kwam door de taartpunt met zijn rare smaak. Gelukkig hoefden we niet te stoppen onderweg, maar het lag nog een hele poos zwaar op de maag!

Dit was dus, naast onze miskleun vroeger met de niertjes in Normandië en de hanenkammen een minder prettige restaurant ervaring.

Verder hebben we in al die jaren van tijd tot tijd, want nu lijkt het net alsof we héél erg vaak in restaurants aten, toch met familie en of vrienden leuk kunnen tafelen.

Misschien was de "Auberge à la Ferme" wel onze favoriet. Sommigen waren alleen in het weekend open.
Bij ons in de buurt waren er verschillenden.
Als bijvoorbeeld Ymer en Elly kwamen en we wilden daar op zondagmiddag gaan eten, dan kon je door de week op het bord bij de ingang van de auberge lezen, wat er op het menu zou staan.
De auberge werd gerund door een echtpaar, ergens in de veertig. Zij waren op de campagne neergestreken, nadat hij zijn baan als piloot had opgegeven en ze niet langer in Parijs wilden wonen.

Toen wij er gingen eten, stonden er karbonaden op het menu.
Ik ben niet zo een liefhebber van karbonaden, vooral niet als ze dik en groot zijn. Deze waren echt niet te versmaden door de manier waarop ze waren klaargemaakt?!
We kregen er gebakken aardappelen bij, ook al met een bijzondere smaak.
We vroegen aan de eigenaar hoe hij dat had gedaan.
Het antwoord was: “Gewoon, zoals mijn moeder het altijd klaarmaakte, toen ik als kind in de Dordogne woonde; in ganzenvet”!

Of toen we er een andere keer waren met vrienden, er een echte traditioneel gemaakte “cassoulet” op het menu stond.
We kregen de “cassoulet”  geserveerd met de pan op tafel, waaruit iedereen naar behoefte kon scheppen. Lekker ongedwongen !


En zulk soort etentjes buitenshuis gaven toch wel weer inspiratie om zelf, in eigen keuken aan de slag te gaan en om nieuwe recepten uit te proberen.


                       ***********************
RECEPT.

STEAK HACHÉS MET GEBAKKEN AARDAPPELBLOKJES EN SALADE.

Dit keer een voor ons echte vakantiemaaltijd, in een mum van tijd te bereiden
Je moet er wel voor in Frankrijk zijn, want daar hebben ze, vinden wij alleen de echte steaks hachés van goed rundvlees.

Ingrediënten afhankelijk van het aantal personen:

- steak hachés van een goede kwaliteit met een laag percentage vet (diepvries!)
- pakje rissolées (voorgebakken aardappelblokjes, diepvries)
- zakje verse gemengde sla
- geraspte wortel
- gekookt ei
- paar tomaten

De steaks en aardappelblokjes kunnen nog bevroren zo in de pan met een beetje olie en dan bereiden volgens de gebruiksaanwijzing.
Maak de sla, tomaten en wortel aan met een dressing van olijfolie en azijn.



Binnen 15 minuten kun je eten!

Denk er dan nog een klein kaasplateautje bij, stokbrood en misschien ook nog, als dessert; verse aardbeien met een klodder crème fraîche?
Waarom niet, het is vakantie!
                                                ******************


donderdag 28 mei 2015

PATCH.


PATCH

Als we bij Johan en Coby op bezoek kwamen, was het even bijpraten, lekker in de tuin zitten met een drankje en we maakten vast en zeker een rondje door de tuin.
Dat was op de campagne gewoon een “must”!
Je kwam bij elkaar op bezoek en dan ging het vanzelf, je liep door de tuin te genieten van mooie bloemen of probeerde samen een oorzaak te vinden voor de plantjes die het juist niet goed deden
Alles wat er in hun moestuin groeide, was bijna ieder seizoen een succes
Johan had altijd wel bij het planten in het voorjaar bijvoorbeeld wat prei plantjes over, of leguitjes, die hij ook weer had gehad.
Of stekjes van een lekkere zoete soort doordragende aardbei of wat koolplantjes en die kreeg ik dan.
Er viel altijd wel wat uit te wisselen.
Met Coby wisselde ik stekjes of zaadjes uit van bloemen.

In hun boomgaard, met diverse soorten pruimen, appels, peren, kersen en perziken bomen, maakten een wandeling in de oogsttijd tot een prettige bezigheid.
Er ging niets boven het proeven van een aan de boom gerijpte pruim, keuvelend met elkaar in de zon en dan gewoon de pit van je af spugen en weer een ander soort proberen!

In hun gastenhuisje had Coby op de bedden mooie zelf gemaakte quilts liggen en in hun huiskamer hing ook een quilt aan de muur, die wel eens verwisseld werd, afhankelijk van het seizoen.
 Voordat ik naar Frankrijk verhuisde, had ik me bij een Volksuniversiteit ingeschreven voor een cursus “patchwork”, maar helaas was daar toen geen plaats meer.
Ik vertelde dat aan Coby en toen vroeg ze of ik het niet leuk zou vinden om met haar mee te gaan naar haar quiltclub.
Ze stelde voor: “Ga gewoon een keer mee om te kijken”.
Op haar club kwamen de leden elke veertien dagen een middag bij elkaar in de “salle de polyvalente”, een soort dorpshuis.
We maakten een afspraak dat ik de eerstvolgende keer met haar mee zou gaan.

Op een zonnige middag reden we samen, met het dak open, al deinend in haar lelijke eend naar de “Salle de polyvalente”, waar de dames bijeen kwamen.
Coby was de enige Nederlandse en alle andere dames waren Françaises, dus de voertaal was uiteraard Frans!
Ik werd hartelijk ontvangen met de nodige kussen over en weer.
Na de uitgebreide begroeting en vragen over hoe het ging, zocht iedereen een plekje op aan de tegen elkaar aangeschoven tafels.
De werkzaamheden varieerden afhankelijk waar ze mee bezig waren.

 Eerst dacht ik waar hebben ze het nou over?
Vooral als ik woorden hoorden als “gabarits” (mallen) of “je cous”!
Ik hoorde bij wijze van spreken mijn hersenen kraken, als ik vliegensvlug de vervoeging van het woord “coudre” (naaien) voor de geest haalde.
Dan was ik blij dat ik kon vaststellen dat ze “ik naai” bedoelde, terwijl ik dan al weer de rest van het gesprek gemist had.
Op taal gebied komen er bij het “patchen/quilten” al specifieke termen in het Nederlands voor, laat staan in het Frans.
Maar afgezien daarvan leek het me leuk om met “patchen” te beginnen.
Wij spreken het uit als “petchen”, maar in het Frans is het zoals het er staat “patch”, met een duidelijke A er in!
De dames vonden nog een Hollandaise op hun club ook wel leuk, het leidde automatisch tot gesprekken, waarbij verschillen in cultuur en gewoontes de revue passeerden. Soms tot grote hilariteit van de één of ander!
Het was een echte club, met een “presidente”, (voorzitter), vicevoorzitter en secretaresse. Het lidmaatschap kostte maar 100 franc (later 15 euro) per jaar!

Coby bood aan me de beginselen van het “patchen” bij te brengen.
Ik weet nog dat ik zei: “Ja, maar ik heb helemaal geen stofjes!”
“Dat komt vanzelf en ik heb genoeg stof om een begin te maken” zei Coby.
We spraken af dat we iedere donderdagmiddag bij elkaar zouden komen.

Toen rees de vraag, wat ik zou gaan maken?
Coby had diverse boeken waar we in zaten te bladeren en toen viel ik voor deze huisjes quilt.



Máár er was geen patroon bij. Ook géén probleem volgens Coby, dat konden we zelf ook wel tekenen.
Ze had me gelukkig al wel de beginselen van het patchen uitgelegd, hoe je naar een quilt moest kijken om te weten hoe hij in elkaar was gezet.
Onder aanwijzingen van Coby tekende ik de blokken voor de huisjes, waarbij we zelf de maten en verhoudingen bepaalden.

Zo groeide in de loop van de winter mijn eerste zelfgemaakte quilt.
Soms dacht ik wel eens: “Was het niet handiger geweest, als ik eerst een set pannenlappen had gemaakt?”
Dus zonder schroom en er niet echt bij stil te staan, wat er allemaal nog verder aan te pas kwam, zoals het in elkaar zetten, dubbelen van de quilt en doorpitten, gelijk maar een formaat van 1.65 m in het vierkant!
Coby had genoeg stofjes in voorraad en we gingen uiteraard op stap om inkopen te doen om leuke lapjes er bij te zoeken.
Vaak dacht ik, dat staat toch voor géén meter, dat lapje met die en die kleur of dessin bij elkaar. Maar Coby had een rotsvast vertrouwen in het eind resultaat: “Met patchen komt het altijd goed?!”.


Voilà, hier dan het resultaat van mijn eerste quilt, die hier op de tweejaarlijkse gehouden expositie van de club hing.
De voorbereidingen voor een expositie, die soms in een kasteel, muziekschool of Casino werd gehouden, gingen een beetje met de Franse slag.
Geen eindeloze vergaderingen, ze hadden al jarenlang ervaring in het organiseren daarvan. Je moest wel opgeven van tevoren met hoeveel quilts je wilde exposeren.
Als dan bij een optelsom bleek, dat we er te weinig hadden, het streven was rond de tachtig quilts, dan konden we altijd wat quilts van dames van een club in een ander dorp lenen.

Het inrichten van de expositie was wikken en wegen, in welke kamers en met welke accessoires de quilts kwamen te hangen of te liggen.


De accessoires konden varieerden van een chaise longue, kinderbedje, bloemstukken, gemaakt van bloemen uit eigen tuin tot een muziekstandaard om een quiltboek opengeslagen op te zetten.
Uiteindelijk viel dan alles letterlijk en figuurlijk op zijn plek, mede dankzij de enige man in ons midden, ook lid van de club. Hij ging gewapend met divers gereedschap op aanwijzing van de dames aan de slag.
De vernissage  (opening) van de expositie had altijd een officieel tintje met  genodigden, een hapje en een drankje.

Dit was  in 2001 “mijn” eerste expositie waar ik aan deelnam en er volgden er gelukkig nog veel meer.
                                       *************


RECEPT.

GEVULDE BLADERDEEG SCHELPJES. (2 personen)

Ingrediënten:

- 2 kant en klare bladerdeeg schelpjes
- 3 volle eetlepels mascarpone
- 2 eetlepels vanille kwark
- 3 stengels rabarber
- 6 aardbeien
- klontje boter
- suiker naar behoefte.


Maak de rabarber schoon, trek de draden er af en snijd ze in stukken.
Smelt een klontje boter in een pan en doe de rabarber met de gewassen aardbeien en suiker er in.
Roer regelmatig en laat het zachtjes zonder deksel tot een mooie dikte inkoken en afkoelen.

Meng de mascarpone met de kwark tot een gladde massa. Ik gebruik daar geen suiker in, maar dat kan uiteraard wel!
Vul de schelpjes royaal met dit mengsel en maak een holletje in het midden.
Doe daar het  afgekoelde rabarbermengsel in.
Als garnering zijn aardbeien logischer, maar bij mij waren dat een paar blauwe bessen!



 Wij vonden dat dit dessert wel kon, na een lichte maaltijd van gegrilde kip met salade!

                                                           *******

vrijdag 15 mei 2015

LOGÉES.



Meestal wisten we wanneer er iemand langs wilde komen.
Nou ja, niet echt langs, maar logeren.
Dat vonden wij altijd erg gezellig en als je een paar dagen met elkaar optrekt, dan kom je tot heel andere gesprekken, dan dat je even een kopje koffie met elkaar drinkt.
Daar verheugden we ons op.
Als bijvoorbeeld onze vrienden Ymer en Elly kwamen, dan was het de sport om leuke menu’s in elkaar te draaien.


Zij wisten dat te waarderen en dan kwamen alle kook boekwerken weer op tafel.
Boodschappenlijsten werden er gemaakt en voor zover mogelijk, althans voor de eerste dag voorbereidingen gedaan.
Op één of andere manier waren Elly en ik goed op elkaar ingespeeld als we aan het koken waren.
Dat liep altijd gesmeerd.
Als geheugensteuntje had ik het menu op papier gezet en zo konden we het lijstje afwerken.
Als we alles onder controle hadden, konden we aan tafel en dan hadden we er geen probleem mee om lekker lang te tafelen.

Ymer en Elly kwamen ieder jaar een paar dagen.
Je zou het eigenlijk een werkbezoek kunnen noemen, hoewel het niet zo voelde!
Joep maakte al jarenlang muziek met Ymer.
Muziek; niet alleen op een instrument spelen, nee songs componeren en teksten er bij schrijven.

Er stond altijd wel een project op stapel, dus als zij kwamen werd dat verder uitgewerkt. De heren waren dan druk met het opnemen van de song, inspelen van bijvoorbeeld een gitaarsolo en tweestemmig zingen deden ze ook!

Elly en ik vermaakten ons prima, beetje bijpraten, tuinieren, oogstten in de moestuin of we gingen shoppen in Moulins.
Toen kwamen we bij het passen van een leuke BH ook tot een schrikbarende ontdekking, dat als je er één in Frankrijk wilt kopen, je opeens een véél grotere maat nodig hebt!
Hetzelfde geldt voor de kleding, maar ja het is Frankrijk!
Zelfs het systeem voor ontvangst op de televisie is anders.
En nog héél veel meer, daar kwamen we in de loop der jaren, vanzelf achter.

We maakten ook gezamenlijke uitstapjes, omdat er bij de geschreven song altijd ook een videoclip werd gemaakt.
Dat was een hele organisatie, waar gaan we heen?
Wat moet er gefilmd worden, passend bij de tekst?
 Ymer was de regisseur en had het scenario in zijn hoofd zitten. Niet op papier!
Elly en ik mochten/moesten soms de “roadies” zijn, dat is een chique woord voor pakezels!
 Gekscherend werd er gezegd, dat beroemde artiesten ook niet zelf met hun instrumenten lopen te sjouwen!
Wij moesten de gitaren en of versterker dragen, op commando op de knopjes start/stop drukken, terwijl de heren dan een stukje tekst mee zongen en er gefilmd werd.
Meestal moest het een paar keer over en uiteindelijk werden die beelden voor een paar seconden in de clip gebruikt of helemaal niet!
Maar dat nam niet weg, dat we van de ene locatie naar de andere reden en veel plezier hadden.
De ene keer stonden we bij een meer, dan weer op een kleine barrage in een rivier, dan was er een opname van een drukke winkelstraat nodig of juist een verlaten stad of van oude mensen. Zeer divers!
En het leverde ook aan aantal leuke bloopers op.

We gingen bij ons vandaan ook een dagje met zijn vieren naar Oradour sur Glane om te filmen. Daar was in de tweede wereld oorlog een grote razzia gehouden, waar veel slachtoffers waren gevallen en huizen in de brand waren gestoken.
Joep en Ymer hadden daar een song “Black Timbers” over geschreven.
In het dorp Oradour sur Glane is alles nog net zo als dat het na die razzia was.
Ruïnes van de huizen, nu helemaal verroeste auto`s en er waren bordjes op de afgebrokkelde muren gemaakt, waar bijvoorbeeld de bakker en de slager hadden gewoond.

Een museum en expositieruimte geven goed weer, wat er toentertijd gebeurde.
Heel erg indrukwekkend om daar rond te lopen.
Het waren dus niet altijd luchtige niemendalletjes, van “ik hou van jou en blijf je trouw” liedjes, die er werden geschreven.
Het hing er vanaf, waar op een bepaald moment de inspiratie vandaan kwam.

Toen er een opname op een station, in dit geval in Montluçon, werd gemaakt voor het liedje “Zonder jou” zaten Elly en ik op een bankje op een perron.
Ymer en Joep waren op een perron verderop bezig de camera aan het instellen, Joep ging even oefenen hoe hij verdrietig op het verlaten perron wegliep, nadat de trein was weg gereden met de “liefde van zijn leven “!
Het liedje heette niet voor niks “Zonder jou”.
Perfect georganiseerd.
Elly en ik riepen: “daar komt ie”, toen de trein er aankwam, want zij stonden met hun rug daar naartoe.
De camera stond opgesteld om de verder rijdende trein te filmen en Joep dan op een leeg perron achter zou blijven!
We zagen even niks, want de trein stond er voor.
We zaten aandachtig op te letten en de trein vertrok!
En toen tot onze grote hilariteit reed de trein weg in dezelfde richting, als waar hij vandaan kwam!
Weg was het hele script en Elly en ik moesten toen zo vreselijk lachen, omdat de mannen daar verloren op het verlaten perron stonden, zonder wegrijdende trein!

Traditiegetrouw gingen we ook altijd een dag uit eten en dan was het leuk om steeds een ander restaurant uit te zoeken.
Zo kwamen we in een naburig dorp in het een restaurant terecht, het heette: “Les Tilleuls” ( De linden), terwijl er geen linde te bekennen was.
Wel stonden er rondom het plein prachtige rood bloeiende kastanjebomen.



Binnen was het gezellig en onder het genot van een “Kir” bestudeerden we het menu, wikken en wegen, vlees of vis? Iedereen maakte zijn keuze.
Bij het opgeven van de bestelling, vroeg Joep ineens aan de serveerster wat het “Menu Terroir” inhield. Dat was een soort streekmenu gebaseerd op ingrediënten zoals ze die vroeger aten.
Dat leek Joep wel interessant en veranderde op het laatste moment van gedachte, hij nam het “Menu Terroir”!

Het voorgerecht werd geserveerd en het is me niet bijgebleven wat wij drieën hadden, maar Joep kreeg een bord voorgeschoteld, gevuld met een grijsachtige
substantie!
Het zag er een beetje drillerig uit, er kwam een wee luchtje vanaf en nodigde nou niet bepaald uit om aan te vallen.
We zaten te gissen, wat zou het kunnen zijn?
We vroegen het de serveerster, die net langskwam en zij zei:” Hanenkammen! “
“Hanenkammen? Ja, dat aten ze vroeger hier in de streek”, en weg was ze!

Ymer en Elly waren zo flink en probeerden een stukje, het smaakte nergens naar!
Joep, liet het gevulde bord voor wat het was en zag de rest van zijn “Menu Terroir” met angst en beven tegemoet.
De kwartel die ik later kreeg en met een gebruind velletje op mijn bord lag, daar had ik medelijden mee, ik zag ze toch liever rondvliegen!

Na deze culinaire “belevenis”, werd er de volgende dag door Ymer en Elly, ook traditiegetrouw nasi met echte Indonesische saté klaargemaakt.
Niet te versmaden!


En zo vlogen de dagen voorbij en voordat je het wist, gingen we het jaar daarop weer verder, waar we gebleven waren.
Ondertussen was er wel veelvuldig contact geweest, vooral als er weer een nieuwe song in de maak was.

                                      ************

RECEPT.

ASPERGES MET HAM EN EI. 

Daar kun je in deze tijd van het jaar eigenlijk niet omheen.

Benodigdheden, hangen af van het aantal personen en of het grote of kleine eters zijn!

Ik had voor 2 personen:
- ongeveer 15 asperges 
- Een paar vastkokende krielaardappelen, probeer het ras "Charlotte" te kopen, deze zijn zo smakelijk!
- 2 grote plakken achterham
- 3 eieren
- 30 gram boter
- 30 gram bloem
- bouillon (groentebouillon van een blokje) of aspergebouillon
- nootmuskaat, peper en zout
- 1 bosuitje en peterselie.

Schil de asperges en snijd aan de onderkant het houtige deel er af.
Kook de asperges ongeveer 8 minuten in een asperge pan,  laat ze daarna nog 10 minuten, van het vuur af,  met de deksel op de pan, nog verder garen.
Kook de aardappels net gaar, zodat ze mooi heel blijven.

Maak een bechamelsaus:
Fruit het lenteuitje licht aan in de boter, voeg de bloem toe, laat deze even garen goed roeren en maak de saus op dikte met de bouillon. 
Ik had een handje vol schillen van de asperges en de onderkanten goed gewassen en in een klein beetje water er een asperges bouillon van getrokken.
Maak op smaak met peper, zout en klein beetje nootmuskaat en fijn gesneden peterselie.

Kook de eieren hard.
Laat de asperges uitlekken.
Leg de asperges, krielaardappelen en ham op een bord.
Schaaf 1 ei aan "mimosa" (is op een hele fijne schaaf) door de bechamelsaus en lepel de saus over de asperges en aardappelen.
Snijd een ei in vieren en leg de partjes ook op het bord.

                                                     **************