Daarginds de groene heuvels.

Op dit blog vertrouw ik in gedeelten mijn pennenvruchten toe van het houden van vakantie in Frankrijk, het wonen daar en onze belevenissen daarginds.
Ik ben met het schrijven hiervan al begonnen in 1994, waar blijft de tijd ?

Met een "voorraad" van 130 bladzijden, zal ik twee keer per maand een hoofdstuk posten, op de 1ste en 15de van iedere maand.
Ik maak er dus een feuilleton van!

Om privacy redenen heb ik de namen van de personen die in de verhalen voorkomen veranderd.

Lees gezellig mee en een reactie van tijd tot tijd zou ik erg op prijs stellen.
Als het je aanspreekt en je wilt niets missen, dan kun je ook volger worden.
à Bientôt, (tot straks).............Daarginds !

zaterdag 15 augustus 2015

STAKINGEN met nog een staartje!



In de loop der jaren zagen we heel wat stakingen op de Franse televisie voorbij komen.
Meestal begon dat in september weer op te leven. Had men natuurlijk eerst even rustig vakantie gehouden en daarna; hup op de barricade!
Wij vonden het altijd zo frappant dat de gedupeerden van een staking het altijd zo rustig en gelaten over zich heen lieten gaan.
Werd er bijvoorbeeld iemand geïnterviewd op een overvol station dan was steevast het antwoord: “Ce n`est pas grave! C`est comme ça!”
(Het is niet erg, het is zo!)

Wij maakten het ook een keer mee. Joep, zijn rijbewijs was aan vernieuwing toe en daartoe hadden we alle paperassen met medische keuring al bij de Prefecture ingeleverd. In Frankrijk moet je al medisch gekeurd worden voor het “E-gedeelte” van je rijbewijs, dat is het rijden met aanhanger.
In Nederland kreeg je vroeger, zoals wij het later noemden; dat gewoon cadeau, je had altijd B-E.
 Ik moest er toch niet aan denken dat ik ondanks mijn E, achteruit met een aanhanger volgestouwd met hooi zou moeten rijden!
Maar goed het nieuwe rijbewijs van Joep lag op ons te wachten bij de Prefecture.
We deden eerst onze boodschappen in Moulins en gingen naar de Prefecture.
We hadden de auto een eindje verderop geparkeerd en liepen naar de ingang.
Tot onze verbazing zagen we dat het daar wel erg druk was.
De toegangsdeuren waren gebarricadeerd door echt een hele hoge berg hompen vers vlees, als protest tegen de prijzen, dat de boeren voor hun slachtvee kregen.
En we dachten ze hebben ergens nog gelijk ook, hoewel het in onze ogen nogal rigoureus was.
Dus “Ce n`est pas grave! C`est comme ça!”
Het rijbewijs liep niet weg!
We wisten van onze buren met de boerderij dat de prijs per kilo voor hun koeien belachelijk laag was. In afwachting van misschien een prijsstijging, hadden zij ook al op zijn minst twintig koeien meer dan normaal!


Een andere keer troffen we het, dat er op de parkeerplaats van een grote supermarkt, een vrachtwagen vol met perziken leeggestort werd.
Er was een periode dat op de bordjes bij het fruit en de groente in de supermarkt, niet alleen het land van herkomst, ook de prijs in francs, ondanks de euro, moest worden vermeld, maar ook de prijs die de tuinder er voor had gekregen.
Nou daar zat een schrikbarend verschil in, via de tussenhandel met de verkoopprijs en we als we dat lazen stonden we er versteld van, dat ze er zó weinig per kilo voor kregen.
Voor al het werk dat ze daarvoor moesten verrichten, nog afgezien van investeringen en bedrijfskosten.
Begrijpelijk!

Het was ook een rare gewaarwording toen we in de grote LeClerc waren en we
 stonden te dubben of het nou wél of niet verantwoord was om een “Choux Chantilly” 

(slagroomsoes) te kopen en we ineens gemekker hoorden!
De boeren kwamen LeClerc binnen en lieten lammetjes los in de winkel in de buurt van de vleesafdeling.
Het was als protest tegen de lage kiloprijs, die zij ontvingen voor hun lamsvlees in verband met de moordende concurrentie van Nieuw-Zeelands lamsvlees.

In Lyon, daar moesten we naar toe, naar het Nederlandse consulaat om onze Nederlandse paspoorten te verlengen.
Nou was dat wel iets verder weg, dan dat je in Nederland in je woonplaats naar het Gemeentehuis kunt gaan. Voor ons was het een ritje van ruim tweehonderd kilometer.
Dus we maakten er een uitstapje van. Gewapend met nieuw gemaakte pasfoto`s, konden we nadat we eindelijk langs de Rhône een parkeerplaats hadden gevonden, op zoek naar het consulaat.
Het was gevestigd in een winkelstraat, boven een opticien, waar je met een kleine ouderwetse lift, met van die opengewerkte ijzeren kanten omhoog ging.
Daar aangekomen, bleken onze nieuw gemaakte pasfoto`s niet goed!
Ik weet het niet meer precies, of je nou wel of niet mocht(moest) glimlachen, naar rechts of links moest kijken of recht in de lens?! De afstand tussen je oren speelden ook nog mee!
Maar de Mevrouw daar was goed voorbereid en ze vertelde ons dat we in de buurt bij een fotograaf nieuwe pasfoto`s konden laten maken en hij wist precies wat de Nederlandse norm was! Lang leve Europa!
We moesten in de straat rechts af en het grote plein oversteken en daar was de winkel van de fotograaf.
We gingen naar beneden, we hadden boven al een beetje herrie gehoord, we kwamen midden in een betoging terecht! Dit keer als protest tegen sociale arbeidsvoorwaarden van een bepaalde groep. En dan kunnen Fransen ook van leer trekken, ze klommen in lantarenpalen, hielden daar dan een luidkeels betoog, waar iedereen voor joelden en applaudisseerden.
En het hele plein stond nog vol met betogers, die nog allemaal die straat in moesten!
Toen zijn we de MacDo ingevlucht, waar het uitermate rustig was, om uit het voeten getrap te zijn!

In al die jaren ging ik ook weleens alleen met de trein naar mijn moeder in Nederland.  Een treinreis was geen straf voor me, lekker relaxed zitten, nog een beetje patchen, soms kon je in het weekend eerste klas reizen voor de prijs van tweede klas.

Bij ons vandaan duurde de rit tweeënhalf uur naar het Gare de Lyon in Parijs. Dan overstappen, nou ja, overstappen eerst zorgen dat je op het Gare du Nord kwam om de Thalys naar Rotterdam te kunnen nemen.
Soms nam ik de bus of de metro, ook heb ik het een keer op mijn gemak gelopen, anderhalf uur, op mijn nieuwe laarzen en een koffer rijdend (trekkend) achter me aan!



Dan beleef je Parijs pas echt, langs de Place de La Bastille, de grote boulevards zoals Boulevard Beaumarchais en de Magenta, met prachtige gebouwen, leuke winkels en onderweg even stoppen voor een verse croissant of iets anders.
  “Pas mal!” (Niet gek!)

Als ik bij mijn moeder was geweest, was dat altijd heel relaxed, mijn moeder had ook haar eigen programma en we zeiden altijd tegen elkaar:
“Doe jij nou maar gewoon je eigen ding, dan doe ik `t ook”!
We gingen wel bijvoorbeeld samen naar de markt en dronken dan koffie in een restaurant.

Op de terugreis, aangekomen op het Gare du Nord, liep ik naar de metro en ik had geluk dacht ik. De trein stond er nog met de deuren open. Ik wilde instappen, máár toen bleek dat er een staking van het treinpersoneel was!
In eerste instantie viel dat niet op, want het was gewoon druk op het station.
Ik had dit keer niet al teveel overstaptijd, dus ik dacht ik neem een taxi.
Kwam ik buiten stond me daar een rij mensen te wachten en bij navraag bleek dat het nog wel eens anderhalf uur zou kunnen duren, voordat ik aan de beurt was. Gelukkig reden de bussen wel!
Toen ik bij het Gare de Lyon aankwam met de bus, stapte ik uit, ik stond bij een stoplicht voor een zebrapad te wachten, toen er iemand, toen ik net mocht oversteken behoorlijk hard tegen me aan knalde.
Ik was nog zo beleefd om: “Pardon!” te zeggen, alsof het mijn schuld was!
Maar bij die botsing zat een addertje onder het gras?!
In de bus vond ik al dat er iemand behoorlijk dicht tegen me aan stond vlak voor het uitstappen.
En wat bleek toen ik de hal van het Gare de Lyon inkwam, was mijn portemonnee gestolen!
Was het een samenzwering tussen de man in de bus en het joch dat tegen me aan knalde?

Wat doe je zonder portemonnee met nog een treinreis voor de boeg en waarvoor ik dit keer nog geen kaartje had gekocht.
Meestal regelden we alle kaartjes voor heen en terugreis altijd al bij ons op het station in Moulins. Dit keer niet, omdat ik niet wist hoe lang ik weg zou blijven.
In de stationshal van het mooie Gare de Lyon, maar daar had ik even geen oog voor, zag ik een man bij een telefoon staan met een bankpas in zijn hand.
Ik had in de zak van mijn jas gevoeld dat ik er nog één euro in had zitten.
De betreffende man bleek niet helemaal nuchter te zijn, maar ik vroeg of ik in ruil voor dié euro zijn bankpasje mocht gebruiken om snel naar Joep te bellen.
Dat mocht en hij wilde eerst die euro hebben, maar dat wilde ik niet! Eerst bellen en dan afrekenen.
Ik vertelde Joep vlug wat er was gebeurd en of hij mijn Visa en bankpas wilde blokkeren. In mijn portemonnee zat ook mijn rijbewijs en honderd euro cash, die ik van mijn moeder alvast voor mijn verjaardag had gekregen!
Joep sprak me bemoedigend toe en geen paniek!
Gelukkig had ik zoals altijd een bankcheque van onze Franse bank in een ander vakje in mijn tas zitten. Dus ik kon nog wel een kaartje naar huis kopen.

Bij het loket vroeg ik nog waar de politie zat om aangifte te doen. Maar dat was helemaal aan de andere kant van het station en ik was bang om mijn trein te missen.
Ondertussen werd het duidelijk dat er maar één op de drie treinen richting Moulins zouden rijden. Mijn geplande trein zou rijden.
Ik stapte in de stilstaande trein en er kwamen steeds meer mensen in. De coupé zat in no-time vol. De mensen gingen in het gangpad op hun koffers zitten en ondertussen ontstond er een geanimeerde conversatie.
We zaten daar en zaten daar in een stilstaande trein, zonder airco die draaide en het was behoorlijk warm.
Ik had nog maar een klein laagje water in mijn flesje, dus nam ik af en toe kleine slokjes om er zo lang mogelijk mee te doen. We wapperden onszelf koelte toe met kranten en tijdschriften.
Het was nog in het tijdperk dat niet iedereen een mobiele telefoon had, dus toen we uiteindelijk gingen rijden, vroeg ik aan iemand of ik mijn man mocht bellen om door te geven hoe laat ik dan toch nog aan zou komen.
Dat mocht en na mij volgden er nog meer die gratis naar huis mochten bellen!

Joep, was eigenlijk al op de afgesproken tijd in Moulins maar las daar op de borden op het station wat er aan de hand was. Hij had zich gelukkig goed vermaakt, was een hapje gaan eten en had op een terrasje tegenover het station gezeten.

Hij verwachtte eigenlijk dat ik over mijn toeren uit de trein zou stappen, na een lange reis, staking, beroving en geen eten!
Maar niets was minder waar, je legt je neer bij je lot, wat kon je anders doen, je zat er midden in: “Ce n`est pas grave! C`est comme ça!
                                                

                                                     ********

RECEPT.

BONENSOEP MET VENKEL

Dit is een recept van Herman den Blijker, ik kwam het tegen in een kooktijdschrift en het leek me wel leuk om het eens te proberen met hier en daar een kleine wijziging. 
 Het was eigenlijk een advertentie voor een bepaald merk bonenmix, maar ik had de potjes bonen gewoon apart op mijn voorraadplank staan. 


Ingrediënten:

- 1 venkelknol 
- 300 gram kipfilet
- 3 kippenbouillontabletten
- 2 takjes verse tijm
- 1 potje witte bonen
- 1 potje bruine bonen
- 1 blikje kidney beans
- paar handjes verse spinazie
- 1 citroen

Zet de kipfilet in ongeveer 1,5 liter water met de bouillontabletten, de tijm en de schoongemaakte in reepjes gesneden venkel op.
Laat het op een middelhoog vuur zachtjes koken totdat de venkel en kip gaar zijn.
Doe alle bonen in een vergiet en spoel ze af.
Voeg de afgespoelde bonen toe roer alles goed door en verwarm de bonen mee.
Op het allerlaatst de spinazie toevoegen en even laten slinken.
Afmaken met peper en zout naar behoefte en wat citroenrasp.



Het smaakt echt lekker, de anijsachtige smaak van de venkel heft volgens mij de toch een beetje zware smaak van de bonen op! 


                                                               ************


zaterdag 1 augustus 2015

VERVOLG MIES EN FLOYD.



Met de komst van Mies en Floyd kregen we een ander ritme in ons bestaan.
Suzanne zorgde zoveel mogelijk zelf voor ze.
Maar als ze moest werken, dan deden wij het.
Het werd een soort automatisme, als je opstond, eerst even naar buiten kijken wat M&F deden.
Hun favoriete “hangplek” was boven in de wei bij het kippenhok.
Je leerde om aan hun houding te zien of alles in orde was. `s Zomers konden ze grazen dat het een lieve lust was.
We moesten zelfs de weiden verdelen in vakken, anders kregen ze teveel gras naar binnen, met gevaar voor koliek.

We hebben ze zelfs een poosje, als test, knoflook gevoerd dat zou de vliegen weghouden.
Elke avond werd er een bol knoflook gepeld en door zemelen gedaan en dat aten ze heerlijk op!
Het gevolg was dat ze inderdaad in een walm van knoflook rondliepen, laat staan als ze een wind lieten, maar ze werden uiteindelijk te dik van de zemelen.

Plus dat de knoflook toch geen wondermiddel was om vliegen te weren, dus daar waren we maar mee gestopt.
We deden toen maar weer hun halsters `s morgens om, waaraan een vliegengordijn vastzat. `s Avonds deden we dat weer af.
Overdag was het opletten of Mies niet met een halster scheef over zijn oren met afzakkend vliegengordijn liep, omdat Floyd het wel leuk vond om aan die koordjes te trekken!
Wij noemde Floyd altijd een “meidengek”, want hij kon goed met vrouwen opschieten.
Mies was ondanks zijn meisjesnaam toch een jongen, een ruin. Op zijn stamboom had hij een hele chique naam, dus Mies was zijn roepnaam.
 Floyd was ook een ruin. Suzanne had hem van een vriendin, die Floyd zijn moeder had, gekregen als veulen.
 Als Joep `s morgens de halsters om ging doen, was het bij Mies geen probleem. Floyd echter presteerde het heel vaak om op het moment suprême, waarop je in een vloeiende beweging het halster om wilde doen, er vlug tussenuit te galopperen.
Na diverse pogingen, waarbij Floyd dan verderop uitdagend, afwachtend stond te kijken, wat er zou gaan gebeuren, koos Joep, lichtelijk gefrustreerd voor de beste oplossing.
Hij kwam met het halster in zijn hand de keuken in, met het vriendelijke verzoek of ik het wilde doen!
Ik liep dan naar de wei en riep dan met iets hogere stem: “Floydje! Floydje! Kom maar joh, bij het vrouwtje!”
En dan kwam hij vrolijk op me af en kon ik het halster omdoen, waarbij de riemen bij de oren en het vliegengordijn wel gelijk goed moesten zitten.
En dat zonder brokjes of worteltje als beloning te geven!
Dat was altijd zó een mooi moment als Joep dan vroeg: “En lukte `t?”
En ik dan bevestigend kon antwoorden, dat het geen probleem was!

Ze kregen trouwens nooit een “tussendoortje”, ze waren dat wel gewend toen ze in Nederland op de manege/pension stonden.
Dat hadden we ze afgeleerd, we wilden niet dat als we bij ze kwamen ze gelijk aan je handen gingen staan snuffelen of bij je zakken van je jas stonden te zoeken.

`s Winters werden ze bijgevoerd met hooi, niet van ons eigen land.

We haalden hooi bij een andere boer, in mooie kleine hanteerbare rechthoekige baaltjes, van een mooie kwaliteit met een blauwe gloed, een teken dat er daar veel magnesium in die grond zat.
Ons eigen hooi werd door de buurmannen in van die grote balen geperst en daar was de zolder van onze stal niet op ontworpen.
Voor Joep was het géén straf om hooi te halen bij die mensen.
Hij werd er altijd gastvrij ontvangen, er werden wetenswaardigheden uitgewisseld en de fles kwam op tafel.
In die fles zat een zelfgestookte drank, die sterker was dan wijn en geschonken werd in een formaat van limonade glazen. Uiteraard kon je niet na één glas zeggen: “Nee bedankt! Enne daar was het véél te lekker voor!”
Het gevolg was dat Joep compleet gelukkig met een roze bril op door het Franse landschap reed.
Hij genoot van de vergezichten, dacht nog eens na over de gevoerde gesprekken en kwam super vrolijk thuis.
 Een keer toen Suzanne er ook bij was, waren ze toch wel bijna in een greppel gereden!
Thuisgekomen moest er nog wel gewerkt worden.
De auto met aanhanger werd zo dicht mogelijk bij de stal geparkeerd en de baaltjes werden omhoog gestoken naar de zolder van de stal.
Ik hielp soms ook wel mee, maar meestal bestond mijn taak uit het bewaken van de auto en om M&F uit de buurt te houden.
Ze vonden de ruitenwissers wel interessant en wilden alvast beginnen aan het hooi op de aanhanger.


In de Herfst hebben we onze mooie statige eiken bomen wel eens vervloekt.
Waarom?
Als de eikels gingen vallen, waren M&F er als de kippen bij.
Ze stonden dan niet bepaald geruisloos de eikels te vermalen in hun mond.
Het eten van eikels is gevaarlijk voor paarden, door het looizuur wat er in zit.
Onze dierenarts zei, dat soms een handvol eikels opeten al fatale gevolgen kon hebben voor sommige paarden.
Wij hadden de plekken bij de eiken waar het meeste viel, al afgezet met schrikdraad, dus daar konden ze niet komen.
Helaas stond er een eik, precies op een plek waar ze wel langs moesten kunnen om in hun stal te komen of om naar een andere wei te gaan.
Dus gingen we elke dag gewapend met kruiwagens, harken en de bak om drollen op te scheppen aan de slag. En maar harken, opvegen in de bak en legen in de kruiwagens. Soms wel een aanhanger vol!
Dat heeft me toen een tennisarm opgeleverd.
En het meest irritante vond ik, als M&F quasi gezellig bij ons kwamen staan kijken. Om vervolgens toch, ondanks onze waarschuwingen weer snel een paar eikel te pakken.
Het was een zegen als we een jaar met een slechte “oogst” te maken hadden.

Op een keer merkten we dat de schapen van de buren door een heg heen gekomen waren. Zagen we ineens allemaal witte wolbalen rondlopen in de weide.
M&F vonden het ook wel amusant en dachten: “ Kom laten we er eens leuk tussendoor gaan galopperen”!
We zagen het al voor ons, een paar van die wolbalen op hun rug, die niet meer overeind zouden kunnen komen met alle ellende van dien!
Wij zijn toen snel naar boven in de wei gelopen en Joep stuurde M&F allereerst weg, met een arm omhoog zwaaiend richting het kippenhok, terwijl hij streng zei: “Wég wezen jullie @#%$* hup!”
Gelukkig konden we het spreekwoord: “Als er één schaap over de dam is……”
in de praktijk brengen. We slaagden er in om één schaap door het gat in de heg terug te krijgen en zo konden we rustig toezien hoe de rest er achteraan ging.
M&F stonden op veilige afstand het schouwspel te bestuderen en als we zagen dat ze ook maar één poot (sorry been!) verzette om het misschien nog eens te proberen, dan zwaaiden we met ons armen weer richting kippenhok.
Onze zoveelste missie was wéér geslaagd.


                                               *************

RECEPT.

PAVLOVA MET VANILLE IJS EN ROOD FRUIT.

Deze pavlova heb ik niet zelfgemaakt, maar is door de schoonmoeder van mijn dochter gemaakt, ter ere van onze familiedag. Ik heb alleen geholpen met de decoratie!
Deze is gemaakt uit 10 eiwitten met suiker, maar dat was dan ook meer dan voldoende voor 12 personen.

Ingrediënten voor 4 personen:

- 4 eiwitten
- 200 gram kristalsuiker
- 1 theelepel wijnazijn
- 1/2 theelepel maïzena
- 250 ml slagroom
- 1 bak vanille ijs.
- rood fruit naar keuze

Verwarm de oven voor op 120 graden.
Schep het ijs een dag van tevoren in een ronde kom en laat het daarin in de vriezer staan.

Klop de eiwitten stijf met de suiker in een vetvrije kom en voeg tijdens het kloppen de azijn en maïzena toe. Klop totdat het eiwit mooi glanzend is.

Bekleed de bakplaat met bakpapier en strijk hier het eiwit op uit in een cirkel, maak een opstaande rand.
Laat de meringue plm. 1 uur en 30 minuten drogen in de oven.
Zet de oven uit en laat de meringue in de oven afkoelen tot kamertemperatuur.
Haal hem uit de oven en laat verder afkoelen.

Voor de garnering; maak het fruit schoon en dep het droog met keukenpapier.
Klop de slagroom, zonder suiker.
Leg de pavlova op een schaal (de onze was daarvoor te groot!) en stort het vanille ijs in de holte in het midden, met de bolle kant omhoog.
Smeer de slagroom rijkelijk op de pavlova en garneer met het fruit.
                                          Succes verzekerd!
                                           
                                                    ***


woensdag 15 juli 2015

INWONING.


Nadat we een paar jaar met zijn tweeën gewoond hadden, kregen we inwoning.
Dat ging niet zo maar van de één op de andere dag.
Daar ging toch nog wel een hele voorbereiding aan vooraf.
Suzanne woonde in Nederland en had twee paarden, pony`s eigenlijk, de grootste maat, een rasechte Haflinger, die heette Mies en de andere, Floyd was een kruising van een Haflinger en een volbloed Arabier.
Misschien waren die laatste twee wel min of meer de aanleiding dat Suzanne ook naar Frankrijk verhuisde.
In Nederland woonde Suzanne in een appartement, dus waar waren de paarden?
Inderdaad in een pension.
Soms was dat redelijk dicht bij haar huis, maar er was altijd plaatsgebrek bij een manege/pension. Ze konden amper buiten lopen of ze stonden met zijn allen op een piepklein stukje wei, bijna zonder gras.
Ze verhuisden naar een ander pension met iets meer uitloop mogelijkheden, maar weer een stuk verder rijden.
Als we in Nederland waren en met Suzanne meegingen naar Mies en Floyd, dan vonden we het eigenlijk zielig zoals ze er bij stonden. Ze leken ook niet zo gelukkig te zijn of waren wij niet zo happy met hun situatie?

Wij hadden in Frankrijk meer dan twee hectare weide ongebruikt liggen.
Zo is het idee langzamerhand ontstaan en kreeg het plan om met haar vriend naar Frankrijk te komen steeds vastere vormen.
Suzanne had een baan gevonden als assistente van de directeur in een kasteel bij ons in de buurt. Het kasteel was een hotel en onder andere dankzij haar talenkennis kon zij daar aan de slag.
Zij verkocht haar appartement en de afwikkeling daarvan duurde nog even.
 Haar vriend kwam een paar maanden eerder naar Frankrijk om samen met Joep een paardenstal te bouwen.

We besloten het op de plek waar het schapenstalletje stond te bouwen, want daar was de grond altijd behoorlijk droog.

Wij hadden twee plekken in de wei, waar sprengen onder zaten en ondanks dat het soms op een hoger gelegen gedeelte was, was het er vaak vochtig.
Het ontwerp werd door Joep gemaakt, het zou een inloopstal worden, want Haflingers kunnen wel tegen een stootje en dan konden ze zelf regelen wanneer ze naar binnen wilden.
Uiteraard was het inkopen van alle materialen alleen al een hele klus.
De stal zou gebouwd worden met gepotdekselde planken, op een stenen fundering.
Bij een grote houtzagerij, lieten we alle planken op maat zagen.
Aangezien we aan de rand van het grootste eikenbos van Europa, 10.000 ha, het Forêt de Tronçais woonden, was er aan hout geen gebrek.
Voor de afrastering van de weide kochten we, in verhouding voor drie keer niks, een hele stapel eiken schaaldelen.


Voordat de stal helemaal klaar was, kwam Suzanne nadat alles in Nederland was geregeld ook naar Frankrijk.
Een hele reis met twee half verdoofde katten in haar Fiat Panda!
Doerak zo zwart als roet, net als onze Vlek, Smurf en Carbone, maar dan kleiner en Dieuwertje was een rood wit gestreepte poes.
Ze had ze al jaren, ooit uit een asiel gehaald en D&D waren echte stadse dames.
Ooit wel naar buiten geweest in een stadstuintje, maar daarna in het appartement niet meer.

Toen hadden we dus ineens vijf katten. De rangorde onderling moest natuurlijk vastgesteld worden.  Carbone, bijvoorbeeld zorgde er wel voor dat zij als eerste bij iemand op schoot kon liggen!
Op zich viel het wel mee, alleen onze Smurf vond het een leuke bezigheid om Dieuwertje te stalken.
Dieuwertje was een beetje bang, dus zij was al heftig bezig als ze later naast het terras bij de hortensia ging zitten. Zagen wij Smurf, die daar dan quasi onschuldig rond zat te kijken, dan wisten we dat Dieuwertje zich voor hem had verstopt en niet tevoorschijn durfde te komen!

Omdat de stal nog niet helemaal klaar was, konden we Mies en Floyd, tijdelijk bij goede vrienden van ons in hetzelfde dorp onderbrengen.
Daar was er aan ruimte geen gebrek met 38 hectare weide en weliswaar héél veel paarden, maar daar waren ze van harte welkom.
Mies en Floyd werden `s nachts in een trailer opgehaald uit Nederland.
Het in de nacht rijden had zijn voordelen, niet druk met verkeer dus kon er rustig doorgereden worden.

Eenmaal gesetteld in hun tijdelijke nieuwe omgeving, zagen we ze zienderogen opknappen. Niet dat het magere verwaarloosde scharminkels waren, verre van dat, maar ze kregen weer zin in het “leven”, om het maar eens dramatisch uit te drukken.
Ze hadden de ruimte, konden lekker rennen, met elkaar klieren en spelen.

Toen de stal klaar was, zijn ze lopend aan een halster, binnendoor over paden en de weg door Suzanne en onze vriendin opgehaald.
Aangekomen bij hun nieuwe stal bij ons huis, bleven ze eerst een beetje onwennig bij ons staan. We lieten ze de stal van binnen zien en toen kregen ze ineens de geest en begonnen met wapperende manen achter elkaar aan te galopperen.
Dat gaf héél veel voldoening om ze zo lekker onbevangen vrijuit te zien gaan.



Suzanne ging aan de slag bij het kasteel, ze had meestal onregelmatige werktijden.
Hoewel ze met haar vriend bij ons inwoonde, was het de bedoeling om een eigen stekkie te vinden.
Dat werd gevonden op zes km afstand van ons huis, Mies en Floyd zouden dan bij ons blijven, omdat er bij het gevonden huisje wel een ruime tuin was, maar geen ruimte voor paarden.
We vonden het huisje bij “onze” makelaar, Monsieur Dubois die niet meer bij de notaris werkte, maar voor zich zelf was begonnen.
Hij had dus gelijk gekregen, nadat hij vroeger had gezegd ”Tot het volgende huis!”
De voorlopige koopakte werd door Suzanne getekend en met een cheque werd de eerste aanbetaling gedaan, alles nog in francs, dus een heleboel nullen!
Er werden plannen gemaakt hoe het zo leuk en voordelig mogelijk door haar vriend opgeknapt kon worden.
Echter, na een paar dagen kwam er een brief van de notaris en wat schetste onze verbazing?
De door Suzanne afgegeven cheque viel uit de enveloppe en in de begeleidende brief stond, dat de koop niet door ging!
Eén van de erfgenamen van het huisje was het niet eens met de verkoop en ze hadden het aan een ander verkocht, zonder ons te informeren of  ons bijvoorbeeld de gelegenheid te geven om ook meer te bieden!
Uiteraard een teleurstelling, maar soms zeg je wel eens; achteraf: “Misschien was het wel ergens goed voor “.
De relatie van Suzanne en haar vriend liep stuk en hij ging terug naar Nederland.
Dat ging ook niet van de één op de andere dag en al met al was dat voor ons allemaal een vervelende periode.

Maar c`est la vie!

                                             ******************

RECEPT.

SALADE MET AARDBEIEN EN BRIE.

Lekkere frisse salade met zomerkoninkjes.

Ingrediënten voor 2 personen:

- 125 gram aardbeien
- half uitje fijn gesneden
- klein  blikje linzen
- 75 gram gemende sla
- 125 gram brie of camembert in stukjes gesneden


Pureer de helft van de aardbeien met anderhalve eetlepel lepel olijfolie en een halve eetlepel balsamicoazijn.
Verdeel de sla, de rest van de aardbeien met de ui, linzen en de stukjes kaas over twee borden en verdeel de dressing over de twee borden.


     Lekker met stokbrood en een glaasje wijn, op je eigen terras!

                                                   ***********

woensdag 1 juli 2015

Les Halles en restaurants.


In bijna iedere Franse stad zijn er “Les Halles”.
Een overdekte markt waar de meest uiteenlopende etenswaren verkocht worden.
Soms is een hal alleen open op de wekelijkse marktdag, waar dan boeren en buitenlui al door de eeuwen heen, hun zelf gefokte, gekweekte of zelf gemaakte waar uitstalden.
Op die marktdagen was het een gaan en komen en de ontmoetingsplaats waar de laatste nieuwtjes werden uitgewisseld.
Afgezien daarvan was het een kleurrijk geheel.
“Blote kippen”, met de kop en poten er nog aan,


De man met de kippen had als buurvrouw een oud rimpelig maar o zo kien vrouwtje, dat daar stond met haar groente en fruit.
 Daar kocht je nog bijvoorbeeld groente zoals het uit de grond was gehaald, met nog wat klei en of zand er aan.
Misschien niet altijd perfect er uitziend, zonder deukje of plekje zoals in de winkel, maar wel met de zekerheid dat het nog echt in de grond was gegroeid.
Met een eigen moestuin had ik daar niet veel van nodig, maar ik genoot alleen al van de geuren en kleuren.
Verse eieren en een scala aan geitenkaasjes, jong, iets oudere of nog oudere en dat kon je aan de buitenkant aan de kleur en korst herkennen.
En natuurlijk kon je ook nog proeven.


Ook Les Halles ontkwamen niet aan het “met de tijd” meegaan en er kwamen
bakkers, banketbakkers, traiteurs, visboeren (poissonniers klinkt net iets chiquer!), slagers, poeliers, groente, fruit en kaas kramen.
Hoewel je kunt het geen kramen meer noemen, gewoon prachtige sfeervolle winkels onder één dak.



In de grotere steden had je Les Halles die dan ook héél veel groter waren.
Wij waren een keer met Flip en Anneke in Toulouse. We hadden daar gezellig rondgelopen, wat winkels bekeken en hadden als doel een bezoek aan de “Halles”
rond etenstijd, tussen de middag.
Zodra je er binnen kwam, hoorde je het geroezemoes van stemmen, zag je bijna in één oogopslag de verscheidenheid aan etenswaar en er kwamen geuren op je af, waar je wel naar op zoek moest gaan.
Dat was dan ook de reden van ons bezoek!
We gingen een trap op, kwamen op een galerij, waar diverse mini-restaurantjes waren.
Flip en Anneke hadden hun vaste adresje.
We namen plaats op de houten banken aan een tafeltje met uitzicht op het gebeuren beneden in de "halle".
We gaven de bestelling op, uiteraard was er een beperkte keuze, want het keukentje waar een ouder dametje met jasschort aan stond te kokkerellen was niet groter dan een ruime kast!
Gelukkig had het dametje zelf het formaat dat in verhouding stond tot de ruimte waarin ze bezig was, ze was klein en slank.
Ze serveerde ons een maaltijd, waar we nog lang met plezier aan terug dachten, ongelooflijk zo lekker.

Een andere keer, in onze begin jaren in Frankrijk, zei Flip: “Kom ik weet een goed restaurant, laten we daar gaan eten vanavond”.
Goed, leuk idee, maar dat hield wel in dat we een half uur over onverlichte wegen voor mijn gevoel kris, kras door de heuvels reden en uiteindelijk geheel onverwacht stilstonden bij een feeëriek verlichte tuin, terras en restaurant.
Dat werd ook weer genieten.

Een andere vorm van genieten was een simpel “dejeuner” in een dorpsrestaurant, waar de patroon zelf de scepter zwaaide. Een uit de kuiten gewassen man met een  goed gevulde buik. Zijn slobberige broek werd op zijn plaats gehouden door knalrode bretels over een geruit overhemd dat hij droeg.
Het was winter en de immens grote open haard gaf een prettige warmte af.
Wij waren met Flip en Anneke, we bestelden alle vier hetzelfde, een entrecote.
Tot mijn verbazing sjokte de patroon naar de keuken en kwam terug met vier rauwe entrecotes op een groot bord.
Vervolgens legde hij de entrecotes op het rooster, dat in de open haard stond.
Ondertussen vroeg hij heel professioneel hoe we ze gegrild wilde hebben,
sanglant, à point of bien cuite?
Wij wilden ze à point (medium) hebben, sanglant is ons te bloederig en bien cuite is te doorbakken en doet afbreuk aan de smaak en malsheid.
Hij draaide de entrecotes een paar keer en ze kregen mooie gegrilde streepjes.
Vervolgens legde hij ze één voor één op een bord. Hij gaf de borden aan ons door en hij zei, terwijl hij met de vleesvork in zijn hand weer naar het open vuur wees:
“Als ze nog te rauw zijn, dan leg ik ze nog even terug in de magnetron, hoor!”


Misschien een minder prettige ervaring hadden we jaren later in Antibes.
We waren daar een weekje in de winter. We zaten in een zo op het oog gezellig restaurant, waar al veel mensen zaten en de geur van gegrilde sardientjes ons tegemoet kwam.
We bestelden ons menu en sloten af met een stukje citroen meringue taart.
Ik vond het eigenlijk niet zo lekker, er zat een beetje raar vet smaakje aan, ik at niet alles op, want het was toch al een stuk van te royale afmetingen.
Joep at ook niet alles op, we konden niet zo goed thuisbrengen wat ons tegenstond!
We besloten via de kronkelende kustweg terug te rijden naar Juan-les-Pins, waar we in een hotel logeerden.
Halverwege, misschien kwam het door alle bochten in de weg, voelden we ons niet zo lekker worden.
We werden misselijk en we wisten wel zeker dat het kwam door de taartpunt met zijn rare smaak. Gelukkig hoefden we niet te stoppen onderweg, maar het lag nog een hele poos zwaar op de maag!

Dit was dus, naast onze miskleun vroeger met de niertjes in Normandië en de hanenkammen een minder prettige restaurant ervaring.

Verder hebben we in al die jaren van tijd tot tijd, want nu lijkt het net alsof we héél erg vaak in restaurants aten, toch met familie en of vrienden leuk kunnen tafelen.

Misschien was de "Auberge à la Ferme" wel onze favoriet. Sommigen waren alleen in het weekend open.
Bij ons in de buurt waren er verschillenden.
Als bijvoorbeeld Ymer en Elly kwamen en we wilden daar op zondagmiddag gaan eten, dan kon je door de week op het bord bij de ingang van de auberge lezen, wat er op het menu zou staan.
De auberge werd gerund door een echtpaar, ergens in de veertig. Zij waren op de campagne neergestreken, nadat hij zijn baan als piloot had opgegeven en ze niet langer in Parijs wilden wonen.

Toen wij er gingen eten, stonden er karbonaden op het menu.
Ik ben niet zo een liefhebber van karbonaden, vooral niet als ze dik en groot zijn. Deze waren echt niet te versmaden door de manier waarop ze waren klaargemaakt?!
We kregen er gebakken aardappelen bij, ook al met een bijzondere smaak.
We vroegen aan de eigenaar hoe hij dat had gedaan.
Het antwoord was: “Gewoon, zoals mijn moeder het altijd klaarmaakte, toen ik als kind in de Dordogne woonde; in ganzenvet”!

Of toen we er een andere keer waren met vrienden, er een echte traditioneel gemaakte “cassoulet” op het menu stond.
We kregen de “cassoulet”  geserveerd met de pan op tafel, waaruit iedereen naar behoefte kon scheppen. Lekker ongedwongen !


En zulk soort etentjes buitenshuis gaven toch wel weer inspiratie om zelf, in eigen keuken aan de slag te gaan en om nieuwe recepten uit te proberen.


                       ***********************
RECEPT.

STEAK HACHÉS MET GEBAKKEN AARDAPPELBLOKJES EN SALADE.

Dit keer een voor ons echte vakantiemaaltijd, in een mum van tijd te bereiden
Je moet er wel voor in Frankrijk zijn, want daar hebben ze, vinden wij alleen de echte steaks hachés van goed rundvlees.

Ingrediënten afhankelijk van het aantal personen:

- steak hachés van een goede kwaliteit met een laag percentage vet (diepvries!)
- pakje rissolées (voorgebakken aardappelblokjes, diepvries)
- zakje verse gemengde sla
- geraspte wortel
- gekookt ei
- paar tomaten

De steaks en aardappelblokjes kunnen nog bevroren zo in de pan met een beetje olie en dan bereiden volgens de gebruiksaanwijzing.
Maak de sla, tomaten en wortel aan met een dressing van olijfolie en azijn.



Binnen 15 minuten kun je eten!

Denk er dan nog een klein kaasplateautje bij, stokbrood en misschien ook nog, als dessert; verse aardbeien met een klodder crème fraîche?
Waarom niet, het is vakantie!
                                                ******************


donderdag 28 mei 2015

PATCH.


PATCH

Als we bij Johan en Coby op bezoek kwamen, was het even bijpraten, lekker in de tuin zitten met een drankje en we maakten vast en zeker een rondje door de tuin.
Dat was op de campagne gewoon een “must”!
Je kwam bij elkaar op bezoek en dan ging het vanzelf, je liep door de tuin te genieten van mooie bloemen of probeerde samen een oorzaak te vinden voor de plantjes die het juist niet goed deden
Alles wat er in hun moestuin groeide, was bijna ieder seizoen een succes
Johan had altijd wel bij het planten in het voorjaar bijvoorbeeld wat prei plantjes over, of leguitjes, die hij ook weer had gehad.
Of stekjes van een lekkere zoete soort doordragende aardbei of wat koolplantjes en die kreeg ik dan.
Er viel altijd wel wat uit te wisselen.
Met Coby wisselde ik stekjes of zaadjes uit van bloemen.

In hun boomgaard, met diverse soorten pruimen, appels, peren, kersen en perziken bomen, maakten een wandeling in de oogsttijd tot een prettige bezigheid.
Er ging niets boven het proeven van een aan de boom gerijpte pruim, keuvelend met elkaar in de zon en dan gewoon de pit van je af spugen en weer een ander soort proberen!

In hun gastenhuisje had Coby op de bedden mooie zelf gemaakte quilts liggen en in hun huiskamer hing ook een quilt aan de muur, die wel eens verwisseld werd, afhankelijk van het seizoen.
 Voordat ik naar Frankrijk verhuisde, had ik me bij een Volksuniversiteit ingeschreven voor een cursus “patchwork”, maar helaas was daar toen geen plaats meer.
Ik vertelde dat aan Coby en toen vroeg ze of ik het niet leuk zou vinden om met haar mee te gaan naar haar quiltclub.
Ze stelde voor: “Ga gewoon een keer mee om te kijken”.
Op haar club kwamen de leden elke veertien dagen een middag bij elkaar in de “salle de polyvalente”, een soort dorpshuis.
We maakten een afspraak dat ik de eerstvolgende keer met haar mee zou gaan.

Op een zonnige middag reden we samen, met het dak open, al deinend in haar lelijke eend naar de “Salle de polyvalente”, waar de dames bijeen kwamen.
Coby was de enige Nederlandse en alle andere dames waren Françaises, dus de voertaal was uiteraard Frans!
Ik werd hartelijk ontvangen met de nodige kussen over en weer.
Na de uitgebreide begroeting en vragen over hoe het ging, zocht iedereen een plekje op aan de tegen elkaar aangeschoven tafels.
De werkzaamheden varieerden afhankelijk waar ze mee bezig waren.

 Eerst dacht ik waar hebben ze het nou over?
Vooral als ik woorden hoorden als “gabarits” (mallen) of “je cous”!
Ik hoorde bij wijze van spreken mijn hersenen kraken, als ik vliegensvlug de vervoeging van het woord “coudre” (naaien) voor de geest haalde.
Dan was ik blij dat ik kon vaststellen dat ze “ik naai” bedoelde, terwijl ik dan al weer de rest van het gesprek gemist had.
Op taal gebied komen er bij het “patchen/quilten” al specifieke termen in het Nederlands voor, laat staan in het Frans.
Maar afgezien daarvan leek het me leuk om met “patchen” te beginnen.
Wij spreken het uit als “petchen”, maar in het Frans is het zoals het er staat “patch”, met een duidelijke A er in!
De dames vonden nog een Hollandaise op hun club ook wel leuk, het leidde automatisch tot gesprekken, waarbij verschillen in cultuur en gewoontes de revue passeerden. Soms tot grote hilariteit van de één of ander!
Het was een echte club, met een “presidente”, (voorzitter), vicevoorzitter en secretaresse. Het lidmaatschap kostte maar 100 franc (later 15 euro) per jaar!

Coby bood aan me de beginselen van het “patchen” bij te brengen.
Ik weet nog dat ik zei: “Ja, maar ik heb helemaal geen stofjes!”
“Dat komt vanzelf en ik heb genoeg stof om een begin te maken” zei Coby.
We spraken af dat we iedere donderdagmiddag bij elkaar zouden komen.

Toen rees de vraag, wat ik zou gaan maken?
Coby had diverse boeken waar we in zaten te bladeren en toen viel ik voor deze huisjes quilt.



Máár er was geen patroon bij. Ook géén probleem volgens Coby, dat konden we zelf ook wel tekenen.
Ze had me gelukkig al wel de beginselen van het patchen uitgelegd, hoe je naar een quilt moest kijken om te weten hoe hij in elkaar was gezet.
Onder aanwijzingen van Coby tekende ik de blokken voor de huisjes, waarbij we zelf de maten en verhoudingen bepaalden.

Zo groeide in de loop van de winter mijn eerste zelfgemaakte quilt.
Soms dacht ik wel eens: “Was het niet handiger geweest, als ik eerst een set pannenlappen had gemaakt?”
Dus zonder schroom en er niet echt bij stil te staan, wat er allemaal nog verder aan te pas kwam, zoals het in elkaar zetten, dubbelen van de quilt en doorpitten, gelijk maar een formaat van 1.65 m in het vierkant!
Coby had genoeg stofjes in voorraad en we gingen uiteraard op stap om inkopen te doen om leuke lapjes er bij te zoeken.
Vaak dacht ik, dat staat toch voor géén meter, dat lapje met die en die kleur of dessin bij elkaar. Maar Coby had een rotsvast vertrouwen in het eind resultaat: “Met patchen komt het altijd goed?!”.


Voilà, hier dan het resultaat van mijn eerste quilt, die hier op de tweejaarlijkse gehouden expositie van de club hing.
De voorbereidingen voor een expositie, die soms in een kasteel, muziekschool of Casino werd gehouden, gingen een beetje met de Franse slag.
Geen eindeloze vergaderingen, ze hadden al jarenlang ervaring in het organiseren daarvan. Je moest wel opgeven van tevoren met hoeveel quilts je wilde exposeren.
Als dan bij een optelsom bleek, dat we er te weinig hadden, het streven was rond de tachtig quilts, dan konden we altijd wat quilts van dames van een club in een ander dorp lenen.

Het inrichten van de expositie was wikken en wegen, in welke kamers en met welke accessoires de quilts kwamen te hangen of te liggen.


De accessoires konden varieerden van een chaise longue, kinderbedje, bloemstukken, gemaakt van bloemen uit eigen tuin tot een muziekstandaard om een quiltboek opengeslagen op te zetten.
Uiteindelijk viel dan alles letterlijk en figuurlijk op zijn plek, mede dankzij de enige man in ons midden, ook lid van de club. Hij ging gewapend met divers gereedschap op aanwijzing van de dames aan de slag.
De vernissage  (opening) van de expositie had altijd een officieel tintje met  genodigden, een hapje en een drankje.

Dit was  in 2001 “mijn” eerste expositie waar ik aan deelnam en er volgden er gelukkig nog veel meer.
                                       *************


RECEPT.

GEVULDE BLADERDEEG SCHELPJES. (2 personen)

Ingrediënten:

- 2 kant en klare bladerdeeg schelpjes
- 3 volle eetlepels mascarpone
- 2 eetlepels vanille kwark
- 3 stengels rabarber
- 6 aardbeien
- klontje boter
- suiker naar behoefte.


Maak de rabarber schoon, trek de draden er af en snijd ze in stukken.
Smelt een klontje boter in een pan en doe de rabarber met de gewassen aardbeien en suiker er in.
Roer regelmatig en laat het zachtjes zonder deksel tot een mooie dikte inkoken en afkoelen.

Meng de mascarpone met de kwark tot een gladde massa. Ik gebruik daar geen suiker in, maar dat kan uiteraard wel!
Vul de schelpjes royaal met dit mengsel en maak een holletje in het midden.
Doe daar het  afgekoelde rabarbermengsel in.
Als garnering zijn aardbeien logischer, maar bij mij waren dat een paar blauwe bessen!



 Wij vonden dat dit dessert wel kon, na een lichte maaltijd van gegrilde kip met salade!

                                                           *******