Daarginds de groene heuvels.

Op dit blog vertrouw ik in gedeelten mijn pennenvruchten toe van het houden van vakantie in Frankrijk, het wonen daar en onze belevenissen daarginds.
Ik ben met het schrijven hiervan al begonnen in 1994, waar blijft de tijd ?

Met een "voorraad" van 130 bladzijden, zal ik twee keer per maand een hoofdstuk posten, op de 1ste en 15de van iedere maand.
Ik maak er dus een feuilleton van!

Om privacy redenen heb ik de namen van de personen die in de verhalen voorkomen veranderd.

Lees gezellig mee en een reactie van tijd tot tijd zou ik erg op prijs stellen.
Als het je aanspreekt en je wilt niets missen, dan kun je ook volger worden.
à Bientôt, (tot straks).............Daarginds !

vrijdag 1 augustus 2014

Rustig aan....inrichten?!

`s Avonds tegen achten begon Henk enigszins onrustig te worden.
Er zou één of andere belangrijke voetbalwedstrijd beginnen en die werd op de televisie uitgezonden.
Máár wij hadden nog géén televisie!
Hoewel Joep geen bal om voetballen geeft, zei hij: “Kom op, dan gaan we naar Bourbon in Bar l`Escale kijken!”
“Nou….. mijn Frans is niet zo best, ik weet maar drie woorden!” opperde Patrick.
“Mijn Frans is ook nog niet zo best, maakt niet uit, we gaan!” zei Joep.
De heren vertrokken à la minute met zijn drieën in de vrachtauto.
Hoewel het nog niet donker was, reden ze met de fel verlichtte pijl knipperend “I love you”, vriendelijk knikkend als laatste groet, langs ons heen.

Wij zwaaiden en riepen lachend in koor, iets te nadrukkelijk: “Aujourd`hui!!!”
Dat deden we om Henk nog even te pesten.
Hij had net zitten vertellen, dat hij bij een  “peage”, bij het wegrijden vrolijk “Aujourd`hui!" ( vandaag) in plaats van “au revoir” tegen de loketbeambte had geroepen.

We bleven achter in een walm van een kersverse dieselgeur!
Wij, de dames hadden er geen moeite mee om de avond zonder de heren door te komen.
We hadden het eerst nog even neerbuigend over de “voetbalgekte”, waarbij ik de verrassende grote bekendheid van “onze jongens” in den vreemde aanstipte.

Toen mijn zus en ik in Caïro in een taxi rondreden, stond er een miniatuur van plastic van Ronald Koeman in actie, op het dashboard te pronken.
Toen de taxichauffeur hoorde dat we uit Nederland kwamen, bestond de conversatie uit het over en weer opsommen van namen van de Nederlandse voetballers. Mijn zus en ik kwamen niet verder dan Koeman, Gullit en Van Basten waarbij de chauffeur steeds goedkeurend zijn duim omhoog stak!
Waar een klein land al niet groot in kan zijn!
Maar goed ieder zijn eigen plezier.

Suzanne en Roos, waren allebei “paardengek” en vertelden het ene spannende verhaal na het anderen.
Na de paarden kwamen de honden en katten aan de beurt.
Met de bodem van de wijnfles in zicht, raakten we helemaal in vervoering als we het over de strakke kontjes en lekkere hammetjes van Jack-Russels hadden en we hadden de grootste lol.
We mijmerden een beetje, probeerden de Grote en de Kleine Beer te onderscheiden en schrokken af en toe van vreemde geluiden.
Dixie ging bijvoorbeeld ineens hard staan blaffen. Hij moest ook nog wennen aan de donkere avonden op de “campagne”.
Zelfs de elektriciteitspaal, nog net beschenen door een tipje licht van de ondergaande zon, die allang achter de heuvels was verdwenen, vertrouwde hij niet.
De hond van de buren verderop gaf antwoord, zodat Dixie vervolgend naast ons op het terras kwam zitten en met scheve kop oplettend in het donker tuurde.
Die paal was dus inderdaad niet te vertrouwen!

Op een bepaald moment werden we lui en slaperig, we keken hoe laat het was.
Een rekensommetje maakte duidelijk dat ze ondertussen bij de voetbalwedstrijd, naar ons idee na de verlenging wel met de strafschoppen bezig moesten zijn.
Na een stief kwartiertje zagen we lichten op de weg schijnen en hoorden we de diesel puffen bij het beklimmen van onze weg.
Vervolgens kwamen de heren zachtjes met alleen de knipperende pijl op de voorruit aan, breed grijnzend langs ons heen rijden. De slijmerds!
“En hebben ze gewonnen? “ vroegen wij afgaande op de vrolijke stemming, toen ze uitstapten.
“Dat weten we niet, ze hadden géén televisie!”
“Trois bières s`il vous plait” voegde Peter er met een perfecte uitspraak achteraan.

Na een korte nachtrust moesten we constateren, dat er in het weekend geen dooien waren gevallen! (zie vorige hoofdstuk).


Dit hield in dat de jongelui uiteindelijk moesten inpakken en wegwezen.
Trouwens we hadden ook geen eeuwigdurend huurcontract voor de vrachtwagen afgesloten.
De lading voor de terugreis bestond uit vijfentwintig gestolen zonnebloemen, die we zorgvuldig hadden verpakt.
De jongens kregen een uur voorsprong op de vertrektijd van de dames. De bedoeling was om onderweg een gezamenlijke stop te hebben.
Het liep iets anders hoorden we later, want de jongens namen onder Parijs net nadat ze elkaar gezien hadden, een afslag met als richting aanduiding: Lyon.
De dames vonden dat zo oer dom: “Wie gaat er nou richting Lyon, als je naar Parijs moet?” dus volgden niet.
`s Nachts bij thuiskomst gaf dit aanleiding tot een heftige discussie, wie nou wie had moeten volgen.
Het verschil zat o.a. ook in het feit, dat de dames zonder wegenkaart reden, afgaande op mijn routebeschrijving en de jongens wel een kaart hadden.
Maar goed, alles was verder prima verlopen.

Na hun vertrek werden Joep en ik ineens verdacht actief.
We wreven de buffetkastjes met was, het dressoir, de stoelen, eigenlijk alles wat in ons gezichtsveld kwam en wel een beetje glans kon gebruiken.
We goochelden met stoelen en tafeltjes heen en weer om te kijken wat het leukste stond.



Een min of meer “plechtig” moment was het draperen van de ronde kleden met topkleedjes over de tafeltjes, daardoor kregen mijn ideeën over de inrichting steeds meer vorm.
We beperkten ons tot wat voor onze handen kwam en de keuken, de dozen met spullen die we nog niet kwijt konden, verdeelden we over de slaapkamers.

Joep, zocht zijn vertier buitenshuis, terwijl ik de keukenkastjes ordelijk inruimde. Regelmatig hoorde ik als hij weer iets nieuws ontdekt had: “Moet je komen kijken”. Dat kijken naar, varieerde van een waterdicht stopcontact bij het betonnen trapje, de indeling van de schapenstal tot de dode raaf, die in de waterput lag.

Ik vergat mijn keukenkastjes, terwijl we door onze weiden liepen en voelden de zon, heerlijk warm op onze blote armen en benen schijnen.


We waren trots op ieder grassprietje en liepen naar het hoogste punt, waar we naar beneden keken, naar het huis, de statige eiken, de wilgen, mijn wel twintig meter lange waslijn en voelden ons de koning te rijk.

“Moeten we niet eens bij de notaris langsgaan?” zei ik tegen Joep, terwijl we langzaam terugliepen.
“In feite hebben we het huis gekraakt en de vraag is of de notaris onze overboeking wel bij de bank heeft afgegeven!”
“Laten we dat eerst maar gaan checken en dan kunnen we gelijk bij de bank voor de verzekering van het huis en inboedel langsgaan”, antwoordde Joep ineens zakelijk geworden.
“Dan mogen we wel iets fatsoenlijks aantrekken!” zei ik toen ik onze kleding onder de loep nam.
“Waarom?” vroeg Joep terwijl hij met zijn blote armen een gebaar maakte als een vogel die de wind onder zijn vleugels liet waaien.
“Lekker luchtig zo! Wat is er mis met dit hemd?”
“Nou het is ongeveer twintig jaar oud (wel iets overdreven!) en de oorspronkelijke kleur was donkerblauw! En die korte broek lijkt wel een onderbroek en je benen zijn nog zo wit!”
Ik vergat even dat voor mij hetzelfde gold, dus trokken we onze “nette” kleren aan.

Verkleed als Mevrouw en Meneer werden we een uurtje later door een dame met een grote, intellectuele bril op haar neus, het kantoor van “Mr. Dubois” binnen geloodst.
Na het gebruikelijke “Ca Va?” en handen schudden, vroeg hij terwijl we plaats mochten nemen op de stoelen tegenover zijn bureau of we al in het huis zaten.
“Ja, we zijn op de “Quatorze Juillet”  aangekomen”. Hij knikte goedkeurend.
Om geen ingewikkeld verhaal in het Frans te moeten houden, vroegen we enigszins geamuseerd op de man af: “Had U de sleutels op de grond in de slaapkamer gelegd?”
“Qui”, zei hij met pretlichtjes in zijn ogen.
“Ik wist dat U het daar zou proberen om binnen te komen!”.
Hij vond het zelf ook een goede mop en sloeg lachend met zijn handen op zijn bureau, trots op zijn geslaagde oplevering.
Verder werd er geen uitleg gegeven over het hoe en waarom.
“Hebt U het geld al ontvangen?” vroeg Joep vervolgens.
Hij grinnikte, haalde zijn schouders op, trok een gezicht alsof hij voor het eerst hoorde, dat er geld bestond en zei: “Dat weet ik niet!”.
We zeiden dat we toch van plan waren om naar de bank te gaan en we dan gelijk zouden vragen of het overgemaakt was.
Hierna namen we afscheid, waarbij “Mr.Dubois” optimistisch zei: “Tot het volgende huis!”.
Ja, de stemming zat er goed in.

Toen we buiten kwamen durfden we elkaar niet aan te kijken. We liepen door de tuin en toen we eenmaal buiten het hek waren, schoten we onbedaarlijk in de lach.
“Wat een druif! Maar hij rijdt wel in een peperdure BMW!” stelde Joep vast, terwijl wij in onze auto van Italiaanse makelij stapten.


                                       ********************

RECEPT.

Bloemkool/broccoli taart.
Voor 2 à 3 personen.

Verwarm de oven voor tot 200 graden.

Ingrediënten:
200 gram bloemkool/broccoli roosjes, even voorgekookt en uitgelekt.
4 mini smaak tomaten
2 rechthoekige plakken diepvries bladerdeeg of plm. 3 à 4 vierkante plakken 
2 bosuitjes in stukjes gesneden
2 eieren
2 volle eetlepels, met een kop er op, crème fraîche
2 plakken belegen of pittige kaas
peper en zout.

Springvorm van 18 cm diameter of kleine cakevorm kan ook.

Vet de bakvorm in en bekleed met bakpapier.
Leg de ontdooide bladerdeeg plakken netjes in de vorm, maak een opstaande rand en prik in de bodem met een vork wat gaatjes.

Leg op de bladerdeeg bodem de in kleine stukjes gesneden bosuitjes, uitgelekte bloemkool en broccoli roosjes en de in de helft gesneden tomaten.

Klop de crème fraîche met de 2 eieren, peper en zout goed door elkaar, b.v. met een staafmixer.
Rasp de plakken kaas en strooi een gedeelte er van over de bloemkool en broccoli roosjes en tomaten en ui.
Giet het mengsel van crème fraîche en eieren voorzichtig in de vorm.
Strooi de rest van de geraspte kaas er over heen.

Bak de groentetaart in het midden van de oven plm. 35 minuten tot de taart gaar en mooi van kleur is.



                               Lekker met een salade of een kopje (koude)  zomerse soep.

                                               *******************

dinsdag 15 juli 2014

UITLADEN.



De truckers vonden het hart met de I love you pijl een onmisbaar accessoire, ze hadden het gekocht bij hun eerst stop in België!
Gelukkig waren ze zonder problemen aangekomen en ik vroeg: “Zullen we eerst maar wat drinken?”
“Nee, we gaan eerst het huis bekijken en dan gelijk uitladen, we hebben al lang genoeg gezeten!” antwoordde Peter energiek.
Met zijn zessen maakten we een rondgang door het huis, het atelier en de rest.
Ik dacht al wat moeten ze toch met al die bruine kastjes? Nou snap ik het, ruimte genoeg” zei Peter.
De één was nog enthousiaster dan de ander.

We keken er van op, dat de vrachtwagen voor driekwart vol zat.
Henk zei terecht: “een busje was véél te klein geweest!”
Er werd flink aangepakt, terwijl ik de plaats aangaf waar iets naar toe moest; Alpen kamer, Blauwe kamer, Groene kamer……
Na anderhalf uur flink sjouwen was de wagen leeg.
Toen we uiteindelijk met zijn allen achter pilsjes en glaasjes prik onder de parasol op het terras zaten, viel er een stilte.
Niet een stilte in de geest van “Er gaat een dominee voorbij!” nee, een prettige stilte, waarin ieder voor zich de opgedane indrukken verwerkten.
De stilte werd verbroken door Peter met de opmerking: “Wat een rust hier, heerlijk!”
Er volgde een levendig gesprek over de stilte, de rust en de ruimte.
Joep, moest er niet aan denken dat hij ook nog eens een keer naar Nederland terug moest en merkt enigszins luguber op: “Bel maar naar school en zeg maar dat ik ben overleden!”
Waarop Henk gevat antwoordde: “Nou, dan denk ik dat er dit weekend nog meer mensen zullen overlijden!”

Vervolgens sleutelden de heren aan onze defect motormaaier, die we voor vijfentwintig piek hadden gekocht. Na een uurtje kwamen ze glunderend met draaiende motor uit het atelier.
Weg stilte.
Er was genoeg gras dat gemaaid moest worden, maar dat stond wel iets te hoog voor deze maaier.
Op een keukentrapje werden met de decoupeerzaag! halsbrekende toeren uitgehaald om een paar wel erg laag hangende takken van de wilg te snoeien.
De hiep werd ook vlijmscherp geslepen en Henk probeerde hem even uit op de hortensia`s in de veronderstelling dat het onkruid was.

Na dit speeluurtje van de heren, kwamen we er achter dat we voor al deze klussen nog niet het juiste werkmateriaal hadden.


De bedden werden opgezet en hier en daar haalden we wat we nodig hadden uit de dozen.
Na een blikvoer maaltijd konden we maar niet genoeg krijgen van het buiten zitten.
Hoewel het wel even duurde voordat we onze draai hadden gevonden.
Het buitenlicht wel of niet aan?
Uit dus, want anders kwamen er allemaal insecten in diverse uitvoeringen op af, die toch wel enigszins rare capriolen boven ons hoofd maakten.
Toch te donker, dus weer aan. We verhuisden de tafel en stoelen een paar keer totdat we onder de wilg weer in de aanvliegroute van de in groot verpakking uitgevoerde wespen met turboaandrijving zaten.

Dixie verdween regelmatig uit ons gezichtsveld in het hoge gras en vond het nodig op veilige afstand hard te gaan staan blaffen tegen de paal waar de brievenbus aan hing.
Het geritsel in de struiken bleken de koeien te zijn, die met hun koppen tussen de heggen stonden te wroeten.


In de verte hoorden we schapen mekkeren en af en toe zagen we lichten van een auto in de heuvels.
Uiteindelijk kletsten we tot diep in de nacht onder een met sterren bezaaide hemel, terwijl de krekels onverstoord door sjilpten.

De volgende ochtend hoorden de jongelui toen ze nog in bed lagen, een geluid dat ze niet thuis konden brengen.
Toen ze gingen slapen hadden ze de luiken niet dicht gedaan en de ramen open gelaten.
Roos dacht dat Joep al in het atelier hout stond te zagen en Suzanne had visioenen van vers stokbrood dat werd gesneden.
Het was echter een koe die bij hun slaapkamer raam stond te grazen en vervolgens voor wekker speelde, door ineens hard te loeien!
Verstijfd van schrik zaten ze rechtop in hun bed.

Peter en Roos haalden vers stokbrood en croissants.
Peter bedacht een nieuwe variatie voor het beleggen van zijn croissants; hij decoreerde ze met koude knakworsten (brr!).


Na het ontbijt schakelden we gelijk over op de koffie met een vers meegebrachte “Flan-taart”, want we waren nog steeds niet uitgepraat.
De rest van de dag rommelden we maar een beetje aan, deden boodschappen en hielden lange pauzes, die we in de schaduw van de wilg doorbrachten.
`s Avonds tijdens de barbecue genoten we nog steeds van de behaaglijke temperatuur en wenden al een beetje aan de geluiden die bij de “campagne” hoorden.
De buitenlucht had ons kennelijk goed gedaan, want we vielen als een blok in slaap.

De laatste dag dat de jongelui er waren, konden we moeilijk op gang komen. De verhuisdozen lieten we voor wat ze waren.
We hadden nog tijd genoeg om ze uit te pakken.
Het was weer een stralende dag. Na enig overleg werd besloten naar een meer te gaan om te zwemmen.
Voordat we weggingen kwam Henk van de WC met de vrolijke mededeling, dat de “broyeur” een beetje moeite kreeg met het wegwerken van grote boodschappen!
“Ik ga niet meer, hoor! Ik houd het wel op tot ik thuis ben!” verkondigde hij.
Toen Joep dit hoorde, zei hij bedenkelijk: “Ik ga niet mee, gaan jullie maar!”
Op de route naar het meer kwamen we langs twee kastelen. Het eerste kasteel was iets hoger gelegen dan de weg, gedeeltelijk verscholen achter hoge heggen.
Een rechthoekig gebouw van rode bakstenen met rondom ontelbare gesloten witte luiken en op de hoeken kleine spitse torentjes.
Het andere kasteel, iets verderop had een heel andere bouwstijl, grijs met forse torens, typisch iets waar een heer van stand, zoals Olie B. bommel zich thuis zou voelen.

Toen we bij het meer, gelegen in  “the midle of nowhere”, aankwamen, waren we verrast dat we niet de enigen waren.
Tussen de prachtige bossen, lag het meer grillig gevormd met een apart gedeelte om te zwemmen en te vissen.
Een waar verzamelpunt voor Franse families met kinderen en ouderen, die hun eigen klapstoeltjes hadden meegenomen en zo te zien veel te bespreken hadden.
Ondertussen werd er gretig gegeten en gedronken uit de talrijke koelboxen.
Wij hadden alleen maar een rolletje drop bij ons!



De jongelui gingen waterfietsen huren en ik bleef, zittend op de harde rotsen, met het fototoestel in de aanslag op de vaste wal.
Omdat we overhaast – waarvoor eigenlijk? – waren vertrokken, deelden we later, ongemakkelijk liggend op een handdoek, het enige boek wat we bij ons hadden.
Om de beurt lazen we een hoofdstuk om vervolgens de gruwelijkheden van wat we lazen over de Eper incest, met elkaar te beredeneren.
Bepaald geen luchtige lectuur op deze onschuldige zonnige zondagmiddag.
Na een paar uurtjes, hadden we niet alleen een houten kont, maar vooral dorst en honger.
Bij het verhuurkantoor van de waterfietsen konden we alleen maar een ijsje kopen, want de frisdrank en het bier waren op.

Toen we thuiskwamen zat Joep fris gewassen met schone kleren aan, relaxed achter een glaasje cola op het terras.
“Hoe was het?” vroeg hij nieuwsgierig.
“Hartstikke mooi daar en wel gezellig, we konden zelfs waterfietsen huren!”
“Nou ik heb ook aan watersport gedaan, ik zit net”, zei Joep geheimzinnig.
“Hoezo? Ben je in bad geweest? “ vroeg ik gekscherend, afgaande op de wolk van lavendel geur met een zweempje groene zeep, die op ons afkwam.
“Ja ook, dat moest wel, want ik heb eerst de “broyeur” gerepareerd. Ik weet nu precies hoe hij werkt!” zei Joep trots.
“Maar voordat het zover was, heb ik wel even met mijn verstand op nul en mijn blik op oneindig het één en ander weg moeten werken! Ik trok aan een soort handvat, in de veronderstelling dat ik een reservoir er uit kon halen, waar misschien de verstopping zat!” vervolgde Joep.
“Maar toen stond gelijk heel de WC blank! Nou ja, blank meer bruin! Daar stond ik dan met mijn blote voeten op mijn teenslippers.”
We zagen het al helemaal voor ons en hadden moeite om niet al te lacherig te doen, dus vroegen we medelevend: “En toen?”
“Ja, toen moest ik het wel opruimen. Ik heb eerst de vaste bestanddelen opgeschept en begraven! Gelukkig dacht ik ineens aan de stof-waterzuiger, dus heb ik daarmee nadat ik eerst rijkelijk met groene zeep heb staan spuiten, alles opgeslurpt!
De “broyeur” heb ik buiten helemaal door gespoten en ondanks een paar versleten rubbers opnieuw afgesteld”.
Hierna volgden nog enige interessante technische details, terwijl wij bewonderende kreten slaakten, vergezeld van humoristische opmerkingen over het bedenken van een alternatief.
Een latrine? Een beetje lastig met al dat prikkeldraad………
“Laten we dan maar een pilsje nemen op de goede afloop!” besloot Henk.
“Ja, dan ga ik de nasi warmen” zei ik opgewekt.
“Nasi…?? Is dat wel verstandig?” echode het toen ik naar de keuken liep en ik onderweg nog even een goedkeurende blik in mijn super schone WC wierp.


*******************

RECEPT.

COUSCOUS MET GEPANEERDE KIPFILET.

Maak de Couscous volgens de gebruiksaanwijzing op het pak.
Ongeveer 250 gram voor 4 personen.

Roerbak:
- een courgette
- 3 slauitjes
- kleine aubergine
- paprika in kleur naar wens
in een beetje olie.
Roer de gebakken groente door de couscous met een scheut olijfolie of klontje boter.
Doe er vers gesneden peterselie door en een paar blaadjes heel fijn gesneden munt.

Snijd een stuk kipfilet in reepjes, plakjes of blokjes.
Bestrooi de kipfilet met zout en Ras-el-Hanout *, dit kruidenmengsel geeft net dat lekkere zachte oosterse smaakje aan de kipfilet.

Snijd vervolgens een teentje knoflook fijn en strooi paneermeel over de kipfilet met kruiden en meng alles goed door elkaar. 
(Het liefst met de handen, wel goed wassen daarna!).

Bak de stukjes kipfilet gaar met een licht bruin korstje.

 


Schep er op het bord Turkse yoghurt over en maak nog een tomaten/mozzarella salade met basilicum.

* Ras el Hanout is een mengsel van zwarte peper, knoflook, gember, mosterdzaad, kaneel, nootmuskaat, Cayennepeper, paprika en kruidnagel.
                       ******************

dinsdag 1 juli 2014

Aansluitingen energie?!

Nadat we dus de voordeur van binnenuit geopend hadden, leken we het volgende halfuur wel op een weermannetje en vrouw, deur in, deur uit, deur in en uit.

Naar buiten en naar binnen.
Ik liep in gedachten onze meubels op zijn plaats te zetten en Joep kon geen genoeg krijgen van zijn “atelier”.
Ons overbodige inbrekersgereedschap kreeg gelijk een plaatsje op het wandbord boven de werkbank.

Mijn vingers jeukten om het hoge onkruid weg te halen, maar de praktische zaken zoals elektriciteit en water hadden voorrang. De elektriciteit was aangesloten, maar we hadden geen water.
In de “broyeur” stond een onaantrekkelijke bruine drek, dus plassen deden we buiten.
We gingen op zoek naar de hoofdkraan van de waterleiding.
Beneden aan het betonnen trapje lagen twee grote zware tegels, met daaronder op een diepte van tachtig centimeter de hoofdkraan.
Joep, draaide hem open en ik deed de kraan in de keuken open.
Er kwam geen water!
“Hoe kan dat nou?” riep ik naar Joep. Er gebeurt helemaal niets!”
We zochten nog naar een andere aansluiting, maar vonden niets.
Afgezien van het feit dat we hard aan een kopje koffie toe waren, leek het ons niet zo geslaagd om de volgende dag met zes man zonder water te zitten.
We zochten in onze paperassen het contract met het watervoorzieningsbedrijf op.
Er stond een telefoonnummer voor noodgevallen op zon-en feestdagen op.
“Ik ga bellen” zei Joep.


Toen Joep weg was, liep ik met Dixie op mijn hielen door het lege huis. Ik opende alle ramen, de luiken en de tuindeuren en genoot van deze stille tocht.
De vogels tsjilpten er lustig op los en in de verte in de weide zag ik grote witte vlekken in de schaduw van een eik.
Ik keek naar de hoogte van de ramen en hoopte dat de gordijnen lang genoeg zouden zijn. We hadden ze met behulp van de foto`s min of meer op de gok gemaakt!
In de groene kamer hing ik een poos uit het raam, leunend op mijn brede gestoffeerde vensterbank. Met een nietsziende blik staarde ik in de verte.
In deze oase van rust snoof ik de zuivere lucht op en voelde de ruimte.
Mijn gedachten dwaalden af naar Nederland, waar onze freelance verhuizers op dat moment aan het inladen waren.
Ze zouden toch niets vergeten en wel voorzichtig rijden?
Mijn gedachten werden wreed verstoord toen een wesp, uitgevoerd in XXL formaat, boven mijn hoofd de geluidsbarrière doorbrak en een noodlanding dreigde te maken.
Verschrikt wapperde ik met mijn handen boven mijn hoofd en hoorde mezelf hardop zeggen: “Hoepel op, engerd!”
Wat een geluk dat er in alle kamers op maat gemaakte horren stonden.


Joep, kwam terug en vroeg “Is die man al geweest?”
“Welke man?” vroeg ik afwezig.
“O ja, voor het aansluiten van het water. Heb je iemand te pakken kunnen krijgen?”
“Ja, ik ben naar de “Gendarmerie” in Bourbon gegaan en heb gevraagd of er iemand wilde bellen omdat mijn Frans nog niet zo goed is” vertelde Joep lachend.
“Deden ze dat?” vroeg ik ongelovig. “En denk je dat er op de “Quatorze Juillet” gelijk iemand komt?”
“Ja, ik heb gezegd dat we zonder water niet kunnen eten en drinken en dat begrepen ze uiteraard gelijk” antwoordde Joep terwijl hij afwachtend naar de weg keek.
In de verte hoorden we het grind knerpen.
“Daar komt iemand” zei Joep.

Met een behoorlijke gang kwam er een Renault Expres aan en er stapte een man, midden dertig, gekleed in een korte broek met T-shirt uit. Aan zijn blote voeten had hij een paar afgetrapte espadrilles.
De “gendarme” had hem waarschijnlijk van zijn feestmaaltijd in de tuin weggerukt.
Niettemin groette hij ons beleefd en haalde gelijk een grote tekening uit zijn auto.
Hij legde de tekening op de motorkap en keek even zoekend rond. Hij priemde met zijn vinger op een plek op de tekening, vouwde alles weer op en haalde een paar rubberlaarzen uit zijn auto.
Terwijl hij zich met zijn blote voeten in de tot zijn knieën komende laarzen wurmde, vertelde hij dat hij achter het huis in de wei moest zijn voor de hoofdtoevoer van het water.
Hij haalde een wel anderhalve meter lange dopsleutel tevoorschijn en verdween met grote passen achter het huis.
In een paar seconden was het karwei gedaan en wij moesten binnen, ter controle de kraan opendraaien.
Gelukkig, we hadden water!
Vliegensvlug ruimde hij alles weer op, vulde een bon in en verdween met dezelfde vaart als waarmee hij was gekomen.
“Nou, dat is niet slecht voor Franse begrippen” zeiden we tegen elkaar.
“De “gendarme” had eerst zijn vrouw aan de telefoon, ze zijn zich natuurlijk rot geschrokken! Order van hoger had” grinnikte Joep.

Toen was er eindelijk koffie met een paar kleffe broodjes.
We hadden ons een beetje opgefrist en haalden de hoogste sprieten van het onkruid uit de oprit. Op een gegeven moment moest ik weer plassen en vroeg aan Joep, “Is de WC al aangesloten?”
“Helemaal vergeten, laten we maar eens gaan kijken hoe dat ding werkt” antwoordde Joep.
Joep, stopte de stekker in het stopcontact, draaide de waterkraan open en drukte op een knop.
Vervolgens slurpte de “broyeur” met een amechtig kreunend geluid de bruine drek op.
We herhaalden deze handeling een paar keer en keken met verwondering naar dit technische hoogstandje van slurpen, kreunen, malen en wegpompen, vergezeld van de nodige decibels.
“Waarom hebben ze geen gewone WC gemaakt, ik vertrouw hem voor geen cent,” mompelde ik.
“Dat houdt verband met de doorsnede van de afvoer” antwoordde Joep technisch.
Later merkten we dat de “”broyeur” een eigen leven leidde, want als je alleen al op de Wc-bril ging zitten, begon hij al te kreunen.
Zelfs als er iemand in de buurt was, hoorden we hem soms spontaan zijn best doen.
“Waarschijnlijk lekt er ergens een rubber, waardoor er een contact in werking wordt gezet, ik kijk hem wel een keer na” zei Joep.

`s Avonds lag Dixie als eerste op onze opgemaakte luchtbedden en je zag hem denken: “Dat heb ik prima voor elkaar, bekijken jullie het maar!”
Met moeite kregen we hem in zijn mand, die we voor de gezelligheid in dezelfde kamer hadden gezet.
Gezellig werd het inderdaad, hij lag na vijf minuten al weer naast me op de grond.
Hij snurkte heel de nacht vlak bij mijn oor. Hij lag in zijn droom een galop na te bootsen tegen mijn luchtbed en hinnikte als een paard.
Voor de variatie zorgde de “broyeur” die ook af en toe wat van zich liet horen, het klaaglijke geroep van een uil en een koe, die stond te rochelen als een oude vent.
Geen wonder dat we weer vroeg uit de veren waren, nou ja veren………………
Het gezegde: “De morgenstond heeft goud in de mond” konden we aan den lijve ondervinden.
Ondanks onze slechte nachtrust voelden we ons niet moe, maar meer gespannen.
Hoe zou het in Nederland gegaan zijn?
We belden in het dorp met Leontine en hoorden dat het inladen nog een hele klus was geweest. Volgens haar hadden de jongens alles perfect gestapeld en vastgebonden.
Henk en Peter waren om half tien `s avonds vertrokken.
Suzanne en Roos waren om half vier `s morgens vertrokken.
Tegen elven, we konden niet anders doen dan koffie drinken en onkruid plukken, hoorden we in de verte het grind knerpen en een auto claxonneren.
“Daar komen ze”, zeiden we tegelijk opgelucht.
De dames kwamen zwaaiend en lachend aanrijden en stapten uit met de mededeling: “Peanuts, zo`n eindje rijden!”
Joep en ik waren blij dat we ze zagen, maar konden het natuurlijk niet nalaten en zeiden: “Jullie hebben zeker hard gereden, we hadden jullie pas veel later verwacht!”
“Ja”, zei Suzanne verontwaardigd: “Als er geen kip te zien is, gaan we niet keurig honderdtwintig rijden en we zijn vanuit Breda vertrokken, dus dat scheelt en voordat we er erg in hadden, waren we al bij Parijs! Alleen het laatste stuk duurde lang, we waren al bang dat we onze afslag gemist hadden”.
“Nou ja, jullie zijn er dat is het belangrijkste. Zullen we eerst wat drinken?” antwoordde ik, inwendig kwaad om onze eeuwige bezorgdheid.
We hoorden dat Henk en Peter een andere route zouden nemen om Parijs te vermijden.
Na een uurtje kwamen we op het idee om aan het begin van de weg iets herkenbaars te hangen.
Het werd een T-shirt van Peter, want we hadden geen papier of viltstift.
We liepen langzaam in een opperbeste stemming met zijn vieren, genietend van de zon, met twee paaltjes uit het houthok onder onze armen, naar de weg.
Dixie volgde ons met frisse tegenzin, hij vond het veel te warm.

Joep, probeerde net het eerste paaltje in de grond te slaan, toen we een claxon hoorden.
Hoog op de heuvel, tussen het groen, zagen we de felgele vrachtwagen rustig naar beneden komen.
Wij zwaaiden terug met twee armen tegelijk.
Toen ze dichterbij kwamen zagen we twee glunderende truckers met helemaal in stijl op de voorruit een hart in felle kleuren met een pijl, 
waar steeds oplichtte: “I LOVE YOU”…………………

                                   

                                       **************************

RECEPT.

AARDAPPELSALADE.

Deze aardappelsalade is zo gemaakt en ik vind hem "multifunctioneel", smaakt bij een BBQ of als zomerse maaltijd met salade en stukje vlees of vis.

- Kook de benodigde hoeveelheid in plakjes gesneden vastkokende aardappelen.
- Doe ze over in een ruime platte schaal en besprenkel de warme aardappelschijfjes gelijk met olijfolie en wat azijn.
- Snijd een paar lente uitjes in stukjes en verse peterselie fijn, strooi dit over de aardappelen.
- Klop gelijke hoeveelheden yoghurt en kwark, met een beetje mayonaise, peper en zout, eventueel aangelengd met een beetje melk, goed door elkaar.
 Doe dit mengsel over de aardappelen. 

                                          


Schep alles voorzichtig door elkaar en garneer met sprietjes bieslook.
Zet de schaal tot gebruik in de koelkast. 
Maak de salade een paar uur van tevoren, zodat de smaken goed kunnen intrekken. 

                                            ***************************


zondag 15 juni 2014

AANSCHAF INBOEDEL EN VERHUIZING.



We hadden twee maanden de tijd om een inboedel bij elkaar te vergaren.
Vergaren was iets anders dan zomaar kopen, vond ik.
Hoewel de meeste vergaarde spullen moesten ook betaald worden
Kopen was in mijn optie een kwestie van naar de woninginrichter gaan en zeggen: “Doet U dit maar en dat. Kunt U het gratis bezorgen?”
“Ja, zeker Mevrouw en Meneer, wat is het adres?” zou de verkoper dan blij met zo een order antwoorden.
En dan onschuldig antwoorden: Saint-Plaisir, Frankrijk!!


“Frankrijk? Sorry, Mevrouw en Meneer zo ver komt onze bezorgdienst niet zou hij dan spijtig moeten zeggen.
Een goede verkoper zou alsnog aanbieden om een regeling te treffen, maar wat zou dan het eindbedrag van de rekening zijn?
Wij wilden het eindbedrag van de rekening voor de inrichting acceptabel houden, zonder er armoedig bij te zitten.
Vijf kamers gaan inrichten naar ons eigen idee, rekening houdende met de kleuren in de diverse kamers en het karakter van het huis.
Een heerlijke uitdaging!

De inrichting moest in ieder geval berekend zijn op zes personen, vonden wij.
Het eerste doken we de zolder van mijn moeders huis op, waar we nog het één en ander hadden opgeslagen.
Een bureau, hanglampen, mijn serie Keulse potten, de klok met diverse prullen, waar we leuke herinneringen aan hadden, kwamen nu goed van pas.
Vervolgens begon ik alle rommelmarkten af te lopen, waar ik leuke koopjes op de kop kon tikken.
Voor een donkerbruin buffetkastje van vijfentwintig gulden waren drie gegadigden voor me.
Uiteindelijk kwam ik er mee thuis, de klep van mijn Panda half open en de hoekjes en gaatjes gevuld met klein spul.
Via een kennis hoorden we dat er meubels ingezameld werden voor de boeldag van de kerk.
We gingen daar kijken en kochten onder andere: een dressoir, een driezitsbank, een onverwoestbare salontafel, gemaakt van een wagenwiel, een strijkplank, een defecte motormaaier en 4 houten tuinstoelen voor zachte prijsjes.
Het meest in mijn schik was ik met twee houten ledikanten van voor de oorlog, waar Joep aanvankelijk niets in zag, maar voor zeventien gulden en vijftig cent konden we niet toppen.
Ik had het idee om ze op te knappen en ze crème te verven voor de Groene kamer.
Joep, voerde het idee uit en na eindeloos schuren, plamuren en verven waren ze voor mijn gevoel het einde.



Op het hout kwamen we nog een tweecijferig telefoonnummer uit Assen tegen.

Mijn abonnement op "Ariadne” wierp zijn vruchten af.
Met in gedachten mijn diepe vensterbanken en hoge ramen, die vroegen om een fleurige aankleding, kocht ik tientallen meters stof.
De gordijnen wilde ik met strikjes op een roede hangen en opnemen met een “embrasse” .
Met passen en meten werd de meeste tijd versleten.
Mijn moeder en ik lieten de naald van de naaimachine in hoog tempo over de lappen stof heen razen.
Gordijnen, spreien, dekbedhoezen, ronde tafelkleden en top kleedjes waren het resultaat.
Vervolgens kwam er een lange eettafel met zes stoelen, diverse bedden en nog eens drie buffetkastjes.
De keukeninrichting en serviesgoed schaften we nieuw aan, evenals de matrassen.
Ruimschoots op tijd hadden we alles bij elkaar.
Van eierdopjes tot en met schoffel.

Ondertussen hadden we ons al gebogen over de mogelijkheden om dit alles in één keer te vervoeren.
Een erkende verhuizer vonden we te prijzig.
Aanbiedingen om voor chauffeur te spelen hadden we genoeg. Dus een bus huren leek ons het beste.
Op advies van de verhuurder, huurden we uiteindelijk een kleine vrachtwagen. Gezien de afstand zou het comfortabeler zijn om die af te leggen in een kleine vrachtwagen dan in een overbeladen busje.

Twee vrienden van Suzanne, met een groot rijbewijs, zagen het helemaal zitten om als truckers te fungeren.
Ervaring in het rijden en kaartlezen hadden ze ruimschoots, want ze zaten in het leger.
Op een zonnige zondag hielden we in de tuin een werkbespreking. De aankomende truckers zagen zich al professioneel pauzeren met een broodje bal…………
De taken werden verdeeld; de jongelui zouden alles inladen.
De spullen stonden her en der opgeslagen en Leontine hield de checklist bij, zodat er niets vergeten zou worden.
De jongens zouden na het inladen `s avonds met de vrachtwagen vertrekken. Suzanne met haar vriendin zouden de volgende ochtend vroeg in hun Peugeot starten.
Leontine bleef thuis, want ze had vakantiewerk en zorgde voor de kat.

Wij zouden met Dixie, de hond, een dag eerder vertrekken naar Frankrijk.
We mochten ons verder niet meer met de verhuizing bemoeien.
Prettig geregeld!

We hadden inmiddels regelmatig papieren van de notaris ontvangen, die we getekend terug moesten sturen.
Op één van deze documenten moesten we zelfs onze handtekeningen door de politie late legaliseren.
Voor de politie was het een niet alledaagse bezigheid, maar na ons verzoek kregen we hun volledige medewerking.
Om de notaris niet al te veel te teleurstellen, lieten we er iets fraais van maken, compleet met stempels, titels en namen.

We informeerden bij de douane of er papieren voor het uitvoeren van de meubels nodig waren, maar sinds negentien tweeënnegentig hoefden dat niet meer voor goederen voor eigen gebruik.

De notaris had ons steeds verzekerd van het feit dat hij ons bijtijds bericht zou sturen, wanneer we het huis konden betrekken. Het transport van de akte zou via een volmacht plaatsvinden, dus daar hoeden we niet bij te zijn.

Op maandag 11 juli hadden we nog steeds niets gehoord.
We draaiden het telefoonnummer van de notaris om een afspraak te maken om de sleutels op te halen.
Tot onze schrik kregen we via een bandje te horen, dat het kantoor heel de week, vanwege vakantie was gesloten.
De “Quatorze Juillet” gooide roet in het eten.
Niet dat we deze belangrijke datum voor de Fransen genegeerd hadden, nee we hadden hoogstens gedacht dat het kantoor die dag en de vrijdag er na gesloten zou zijn. Hadden ze uiteindelijk een lekker lang weekend.

Alles was geregeld, de vrachtwagen gehuurd, de jongelui hadden snipperdagen opgenomen, was nog passen en meten om tot een datum te komen, dus we konden niets meer veranderen.
We lieten ons niet gelijk uit het veld slaan en vroegen via inlichtingen het telefoonnummer van de “Gendarmerie” in Bourbon op.
We wilden weten waar “Mr.Dubois”  woonde en vroegen zijn telefoonnummer.
We zaten thuis eerst te zweten op een concept voor ons gesprek. Toen we dat op papier hadden staan, kon Joep dus in redelijk vloeiend Frans ons probleem uit de doeken doen.
We merkten al snel dat Joep hierdoor voor “vol” werd aangezien en hij kreeg een stortvloed van Frans over zich heen, waarvan het zweet hem voor de tweede keer uitbrak.
Uiteindelijk lukte het, Mr.Dubois woonde in een andere plaats en we kregen zijn telefoonnummer.

We kregen het niet cadeau zogezegd, want terwijl Joep hardop alle “soixante- dix” en “soixantes” herhaalde schreef ik het vlug voluit op, om er zeker van te zijn dat we bij het vertalen geen fouten zouden maken.
Na een half uurtje rust, waagden we de sprong en draaiden het gegeven telefoonnummer.
“Niet thuis”, natuurlijk  "en vacances” was onze conclusie.
Een dag later probeerden we het weer op allerlei tijdstippen, maar hij bleef op vakantie.
“Wat moeten we nou?” vroeg ik aan Joep.
“Inbreken in ons eigen huis is de enige oplossing” antwoordde Joep en liep strijdlustig naar de schuur om te kijken of we in het bezit van “inbrekersgereedschap” waren!
Met een ijzeren koevoet om het hek te forceren en voor mij  vreemd uitziende dunne en dikke dingen, die om een hoekje konden werken, moest het lukken.
We waren van plan om de deur van de Blauwe kamer naar de garage te forceren. We wisten dat de garage niet op slot zat.

Op de veertiende juli gingen we voor dag en voor dauw op pad. De Parijzenaren deden hetzelfde dus stonden we beneden Parijs langdurig in een file.
We hadden alle tijd om de bepakte auto`s te bekijken.
We zagen katten, die rustig op de hoedenplank zaten, alsof ze thuis op de vensterbank zaten.
 Marmotten in kooitjes, stapels stokbroden, slapende Oma`s, krant lezende Opa`s, hangerige kinderen en stoere binken met grote zonnebrillen – de zon kwam nog maar net kijken – met een gebruinde arm buitenboord; eigenlijk best gezellig.
Minder gezellig werd het toen iedereen bij hetzelfde wegrestaurant ging stoppen.

In de stralende zon reden we tegen de middag onze eigen weg op.
Het ijzeren hek had Joep met behulp van de koevoet snel open.
Wat een genot was het om eindelijk na twee maanden voor ons eigen huis te staan.


We tilden Dixie, uit de auto, vanwege zijn artrose en na wat rek-en strekoefeningen ging hij gelijk op onderzoek uit.
We liepen een beetje onwennig rond en gingen eerst op het terras een sigaret roken (toen nog wel!).
De hagedissen schoten schichtig heen en weer en verdwenen razendsnel tussen de stenen.
Daar zaten we dan op de grond van ons terras.


We moesten het nog tot ons door laten dringen, eindelijk ons eigen stekje in Frankrijk!
We gunden ons niet veel tijd om te mijmeren en om van de omgeving te genieten.
De vraag was, “Hoe komen we in het huis?”
We openden de deur van de garage en bestudeerden met een vakkundig inbrekersoog het slot van de Blauwe kamerdeur.
Er zat geen deurknop op en tot onze verbazing zat de deur niet op slot.
Slechts met een simpele schroevendraaier had Joep de deur zo open.
Was dat even een meevaller!
We keken elkaar verrast aan en moesten lachen, toen we op de grond van de Blauwe kamer twee bossen met sleutels zagen liggen!
Was het de vooruitziende blik van “Mr.Dubois”  geweest en zijn manier om huizen op te leveren?
Met de sleutels in onze hand liepen we door het lege huis naar de voordeur om hem te openen.
De officiële opening van ons huis gebeurde dus van binnenuit……….


                      *************************

RECEPT.

HAVERMOUTPAP MET APPEL


"Superfood" nieuw? wel nee dat bestond vroeger ook al!

Wie kent niet het bordje havermoutpap van vroeger?
Ik wel en toen vond ik het niet lekker, zo slijmerig en zoet.

Hier mijn variatie, welke ik soms als ontbijt neem.

Neem drie gelijke delen van:
- havermout
- water 
- melk.
Breng dit al roerend aan de kook.
Schil een appel en voeg deze in stukjes gesneden toe en bestrooi die rijkelijk met kaneel.
Laat de appel even mee pruttelen en doe de pap in een grote kom of op een bord.
En zo vind ik het wel lekker!.

Ik voeg geen suiker (i.v.m. diabetes type 2) toe en ook géén boter, maar dan kan natuurlijk wel.
                                                ****************

Te laat.

Inderdaad, dat ben ik met het plaatsen van een
nieuw hoofdstuk.
Reden?

Vakantie houden 
DAARGINDS 
in groene heuvels,
©Daarginds

maar dan in andere groene heuvels, dan waar
ons stekkie was.



Nog even geduld s.v.p.,
ik doe mijn best.

À Bientôt

groetjes Sylvia.