Daarginds de groene heuvels.

Op dit blog vertrouw ik in gedeelten mijn pennenvruchten toe van het houden van vakantie in Frankrijk, het wonen daar en onze belevenissen daarginds.
Ik ben met het schrijven hiervan al begonnen in 1994, waar blijft de tijd ?

Met een "voorraad" van 130 bladzijden, zal ik twee keer per maand een hoofdstuk posten, op de 1ste en 15de van iedere maand.
Ik maak er dus een feuilleton van!

Om privacy redenen heb ik de namen van de personen die in de verhalen voorkomen veranderd.

Lees gezellig mee en een reactie van tijd tot tijd zou ik erg op prijs stellen.
Als het je aanspreekt en je wilt niets missen, dan kun je ook volger worden.
à Bientôt, (tot straks).............Daarginds !

dinsdag 1 april 2014

KIJKEN....KOPEN!?




Toen we in Autun aankwamen, heerste daar een gezellige drukte, het was marktdag.
De mark lui boden hun waar te koop aan zonder nadrukkelijk de aandacht te vragen.
De kleding, bloemen, kaas en bedden met matrassen in alle soorten en maten stonden uitgestald, geen geschreeuw of reclameborden. Het vertrouwen in het koopgedrag van de klant was kennelijk groot.
De mensen liepen rustig rond, maakten een praatje ploften bepakt en bezakt neer op een zonovergoten terras voor hun dagelijkse “petites rouges”.
Wij deden mee alsof het ons dagelijkse werk was, geen haast, geen stress, kijken, vergelijken met Nederland, kochten niks en keuvelden alleen met elkaar.

In een bar, rijkelijk voorzien van vale bruine formica tafels en oranje plastic kuipstoelen, wilden we een “petit noir” (espresso) bestellen.
Achter de bar stonden de barman, groot en breed en een miezerig vrouwtje, gekleed in een té heet gewassen roze truitje. Zij waren in een zo te zien heftige discussie verwikkeld.
Was het misschien zijn vrouw?

Een paar mannen nonchalant, leunend tegen de bar met een “pression” (tapbiertje) in hun handen, in een mist van sigarettenrook, deden ook een duit in het zakje.
Wij gingen op veilige afstand aan een tafeltje zitten.
Blèrende muziek deed zeer aan ons oren!
De barman rukte de filter uit het espressoapparaat en wapperde vervaarlijk met zijn theedoek.
Al pratend wees hij plotsklaps met een bestraffende vinger in onze richting en gooide zijn kin omhoog.
Dit bleek voor ons het sein te zijn om boven de herrie uit, onze bestelling te mogen doorgeven!
Hij trok zijn wenkbrauwen nog hoger op en haalde zijn schouders op!
Hij verstond het niet! Niet zo vreemd, want hij bemoeide zich ook nog steeds met de conversatie van de mannen.
Uiteindelijk beeldden wij, als mimespelers, een kopje met oor uit en wezen met onze duim en wijsvinger de gewenste grootte aan.
In no-time kwam hij achterom kijkend met de theedoek wapperend over zijn schouder en doorratelend, onze koffie brengen.
Hij zette de volle kopjes achteloos op het tafeltje!

Na onze bijzondere koffiepauze liepen we straat in en uit op zoek naar “Immobiliers” (makelaarskantoren).
Toen we voor een etalage stonden te kijken, begon Joep zoekend om zich heen te kijken.
“Ik krijg zo`n kramp in mijn buik, ik moet zo nodig!” hoorde ik hem benepen zeggen.
Samen tuurden we langs de reclameborden aan de gevels.
Een eindje verderop was weer een bar. Ik zei medelevend: “Ga jij maar, ik blijf wel hier”.
Eerst dacht ik: “Ben je notabene uit de kleine kinderen!” Maar mijn gedachten gingen terug naar de avond er voor en ik dacht: “Tja, geen wonder!”

We waren in een wegrestaurant bij Beaune, we stonden in de rij en we bestelden een “faux filet” (gegrild lapje rundvlees).
De “chef de cuisine” van de grilplaat gooide twee glibberige rode lapjes, die hij uit een laatje tevoorschijn toverde, met veel poeha op de sissende platen.
In drie seconden om en om veranderde hij ze, afgaande op de gelukzalige blik in zijn ogen, toen hij ze op een groot wit bord kwakte, in een voor hem aantrekkelijke delicatesse! Asgrauw zagen ze er uit!
Vervolgens gooide de “chef de cuisine” van de fritesoven er royale schep spiraalvormige bruine staafjes bij.
Toen we vroegen of de “faux filet” weer terug mocht op de grill, we wilden ze rosé, niet rauw, reageerde hij alsof we hem een oneerbaar voorstel deden.
Hij pakte verontwaardig mompelend de lapjes van de borden en gooide ze nijdig op de plaat terug, om ze er vervolgens gelijk weer af te halen!
“Voilà, bon appetit!”
Volgende …………..



Toen ik alle aanbiedingen, die in de etalage van de makelaar hingen van voor tot achter en van achter naar voren had doorgenomen, kwam Joep eindelijk terug.
Opgelucht zei hij: “Ik heb nog maar vlug een flesje mineraalwater gedronken, want ik vond het zo gek om gelijk naar de W.C. te rennen!”

Verderop op de hoek van de straat, bij een plein waar de volgepakte auto`s af en aan reden, stonden we weer voor een etalage te kijken. We kwamen tot de ontdekking dat bij verschillende makelaars vaak dezelfde aanbiedingen hingen, maar soms voor verschillende prijzen.
Het verkoopsysteem in Frankrijk zit anders in elkaar dan bij de makelaars in Nederland.
Terwijl ik mijn best deed om alles te vertalen, sloeg Joep z`n arm om heen en fluisterde, extra benepen in mijn oor: “Ik moet zo nó-dig plassen!”
Dit keer zochten we samen een bar op en uit voorzorg ging ik ook maar even plassen.

Genoeg aanbiedingen dus, maar we vielen er niet voor.
Door onze sanitaire noodstoppen konden we ons niet meer goed concentreren en hielden het voor gezien…..

Tegen etenstijd was het centrum ineens uitgestorven, alsof een goochelaar iedereen had laten verdwijnen. In de restaurants waren de mensen terug te vinden.
Wij schoven aan en deden ons tegoed aan een “Boeuf Bourgingnon”.
In onze reizende apotheek hadden we uiteindelijk een assortiment druppels en pillen, waarop een apotheker jaloers zou zijn!
Van homeopathische druppels tegen lichtelijk gerommel tot een paardenmiddel, waarvan je tien dagen later nog alleen maar kiezelstenen kunt produceren.
Een overblijfsel van mijn voorzorgsmaatregelen voor mijn reizen naar Turkije en
Egypte.

We reden verder richting Fours.
In “LAGRANGE” hadden we een advertentie van een huis met foto gezien en dat leek ons wel wat. Een robuust vierkant huis met maar liefst vijf schoorstenen op het dak en rondom ramen met luiken.
In Fours werden we verwelkomd door de “gendarmes”; controle.
Gelukkig reden we niet te hard en de papieren waren in orde.
We maakten van de gelegenheid gebruik en vroegen of zij wisten waar we het huis op de foto konden vinden. Helaas, het zei hen niets en ze gaven het advies om het bij de “Marie” (gemeentehuis) te vragen.
Bij de “Marie” was niemand te bekennen, geen wonder het was uiteindelijk nog uitbuiktijd!

Ineens kwam er een auto aanrijden met een reclametekst op de zijkant, het was de “plombier”(loodgieter).
De auto werd geparkeerd op de stoep waar wij stonden. Er stapte een grote ongeschoren man uit met een wilde zwarte haardos.
Hij had een uitdrukking op zijn gezicht, alsof hij er zelf van was geschrokken, dat hij op dit uur van de dag al weer met zijn gereedschapskoffer in zijn hand stond.
Wij duwden hem de advertentie onder zijn neus. Hij stond nadenkend verschillende namen te mompelen, terwijl hij hardhandig door zijn haar stond te krabben.
Hij wist het! We moesten terug, eerste straat links en net buiten het dorp aan de linkerkant moest het zijn.
Door onze aanspraak leek het alsof hij zijn pijngrens om weer aan de slag te moeten had verlegd en belde fluitend aan bij een huis.
Met een “Au revoir et Bon courage” van de loodgieter gingen we op zoek.

Toen we voor het huis stonden, viel het ons behoorlijk tegen.
Op de foto zag het er veel strakker uit. Het was onbewoond en het grote toegangshek zat met een touwtje dicht gebonden.
Weifelend, doen we het of doen we het niet?, openden we het hek en slopen de oprit op.
Achter het huis kwamen we op een grote “cour” (binnenplaats), bezaaid met rommel en ommuurd met zielig tegen elkaar leunende gebouwtjes.
Het luik van een raam hing scheef tegen de gevel en het raam stond een stukje open.
Verderop stond een oude keukenstoel en ik zei tegen Joep: “Durf jij even binnen te kijken? Met die stoel kun je er in klimmen”.
“Niemand kan ons zien, ik doe het”, antwoordde Joep samenzweerderig.
Zo gezegd, zo gedaan en ik ving door het open raam een paar kreten op, zoals mooie balken en grote schouwen.

Ondertussen liep ik toch niet zo op mijn gemak heen en weer te drentelen en hield de oprit nauwlettend in de gaten. Je weet nooit, hoe snel de plaatselijke Tomtom werkt!
Inderdaad, ik hoorde ineens op de weg een auto aankomen en stoppen.
Vliegensvlug rende ik naar het open raam en siste tegen Joep:
“Vlug, eruit, er komt iemand aan!”
Joep, sprintte als een hordeloper over het aanrecht het raam uit, zonder de keukenstoel te gebruiken.
We deden gauw het raam dicht en parkeerden de keukenstoel een eind verderop en gingen geïnteresseerd rond lopen kijken.
Er kwam een Mevrouw aanlopen, we stelden ons voor en lieten de advertentie zien. We boden in ons gebrekkige Frans onze verontschuldigingen aan voor het feit, dat we daar zo maar ongevraagd “rondliepen”.
Eerst keek ze ons wantrouwend aan, maar later toen het ijs gebroken was, vertelde ze dat het huis van haar zuster was, die in Parijs woonde.
Het telefoonnummer in de advertentie was haar nummer. We legden haar, om ons geweten te sussen, uit dat het voor ons zo moeilijk was om in het Frans te telefoneren. Met de belofte, dat we echt zouden bellen als we er verder op in wilden gaan, namen we afscheid.
In de auto slaakten we een zucht van verlichting en zeiden opgelucht tegen elkaar: “Poeh, dat ging maar net goed!”
Op de terugweg naar het dorp zwaaiden we extra vriendelijk naar de streng kijkende “gendarmes!”.


                                       **********************

RECEPT.


MANGO-CHUTNEY.

Ingrediënten:


- 2 grote mango's
- 3 grote uien
- 100 gr rozijnen.
- 200 gr geleisuiker
- 2 dl azijn (balsamico/wit of rosso)
- 8 kruidnagelen
-1 koffielepel Raz el hanout kruiden( = mengsel van o.a. gember, kardemom, koriander, cumin,muskaat)   of strooi bij gebrek aan Raz el Hanout, wat van de daarin aanwezige kruiden apart er bij.
-peper en zout
- snufje kaneel
- water of sinaasappelsap.


Maak de mango's en uien schoon en doe ze met alle andere ingrediënten (BEHALVE DE GELEISUIKER) in een pan en laat op z'n minst een half uur zachtjes pruttelen en garen.
Let op voor droogkoken, dan naar behoefte beetje water of sinaasappelsap toevoegen.


Op het laatst de geleisuiker toevoegen en de chutney binden volgens de gebruiksaanwijzing aangegeven op het pakje.
Vul de met soda schoongemaakte en goed nagespoelde potten. 


Lekker bij de barbecue, koud vlees en op een bruine boterham met oude kaas. 

****************************

4 opmerkingen:

  1. Je weet het wel erg spannend te maken. Nu weet ik nog niet of de balken en de schouwen echt zo mooi waren. Nou, ik zal braaf en geduldig op het vervolg gaan wachten. Bedankt voor het recept. Groetjes Wilma

    BeantwoordenVerwijderen
  2. En en ... nu weet ik nog niet hoe het afloopt en moet ik weer 2 weken wachten-zuuuuucht.
    Je kunt leuk schrijven Sylvia-nu kan ik vast lekker slapen-werd dus wat later dan vanavond om jouw stukje te lezen.
    Dank je wel voor het recept-ga ik eens proberen.
    groetjes,Truus uit Drenthe

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Sorry dames, ik ben me er niet van bewust, dat ik het spannend heb gemaakt.....hahaha, want ik weet hoe t verder gaat!! Bedankt voor het lezen, tot de volgende keer, groetjes Sylvia

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Cliffhanger hoor.........hebben jullie dit huis nou wel gekocht of niet? Ik wed van niet ;)

    BeantwoordenVerwijderen

Allereerst wil ik mijn trouwe lezeressen bij deze bedanken. Ik stel de geplaatste reacties altijd zéér op prijs en meestal geef ik via email antwoord. Op de één of andere manier schept dat toch een band, temeer omdat er voor sommigen zulke herkenbare situaties beschreven worden.
Dan zijn we toch met zijn allen weer even Daarginds....!